In De slangenbezweerster speelt een donkere vrouw fluit aan de rand van een maanverlicht oerwoud, terwijl slangen naar haar toe bewegen. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De slangenbezweerster
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De slangenbezweerster (La Charmeuse de serpents), 1907
Uniek schilderij, olieverf op doek · 167 × 189,5 cm (65,7 × 74,6 in)
Primitivisme
Musée d'Orsay (inv. RF 1937 7), legaat Jacques Doucet 1936, Parijs, inv. RF 1937 7
Catalogustekst
Aan de rand van een oerwoud speelt een donkere, naakte vrouw fluit in het licht van een volle maan. Haar ogen lichten op in het duister. Uit het gebladerte bewegen slangen naar haar toe; één ligt over haar schouders. Achter haar strekt zich een spiegelende rivier uit, met flamingo's aan de oever. De vrouw blijft een silhouet tegen het maanlicht. Henri Rousseau schilderde De slangenbezweerster, in het Frans La Charmeuse de serpents, in 1907 in Parijs.
Rousseau bouwde het beeld op uit tegen het licht geplaatste vormen. Het silhouet staat donker tegen de lichtere hemel, zodat de figuur en de planten als scherpe contouren oplichten. De begroeiing is blad voor blad geschilderd, in dichte lagen groen die nauwelijks diepte suggereren. Rousseau was autodidact en werkte zonder academische perspectiefregels; daaruit ontstond het vlakke, bijna ornamentele beeld. De maan en haar weerspiegeling in de rivier geven de nachtelijke scène een koel, gelijkmatig licht. Het formaat is aanzienlijk: 167 bij 189,5 centimeter, olieverf op doek.
Het doek ontstond in opdracht van de moeder van schilder Robert Delaunay, die het bij Rousseau bestelde. Het hoort bij de reeks oerwoudtaferelen waarmee Rousseau, bijgenaamd Le Douanier naar zijn werk bij de Parijse toldienst, in zijn laatste jaren erkenning kreeg. Zijn jungles kwamen niet voort uit reizen, maar uit de kassen en de dierentuin van de Jardin des Plantes en uit prentenboeken. Binnen de naïeve kunst geldt dit werk als een hoogtepunt; het is te zien in de collectie van het Musée d'Orsay.
Via het legaat van modeontwerper en verzamelaar Jacques Doucet kwam het schilderij in 1936 in de Franse nationale collectie; sinds 1937 draagt het het inventarisnummer RF 1937 7. Vandaag hangt het in het Musée d'Orsay in Parijs. Bij willem. wordt De slangenbezweerster als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De naieve kunst, ook wel primitivisme genoemd, werkt buiten de academische regels om. Het beeld is vlak en scherp omlijnd, met een minutieuze aandacht voor elk onderdeel. Perspectief en verhouding volgen niet de leer, maar de eigen logica van de maker. Juist die directheid geeft het werk een heldere, eigen kracht die veel geschoolde kunstenaars is gaan boeien.
In deze verzameling staat Henri Rousseau, autodidact en bijgenaamd Le Douanier, voor deze zelfgekozen eenvoud. Hij schilderde dichte oerwouden en droomtaferelen die hij nooit met eigen ogen zag, maar ontleende aan de Parijse plantentuin, prentenboeken en tijdschriften. Eerst bespot, werd hij later bewonderd door de avant-garde rond Picasso. Zijn werk toonde dat een eigen, ongeschoolde blik tot grote, verbeeldingsrijke kunst kan leiden.
Wie de naieve kunst herkent, let op de vlakke opbouw, de scherpe omtrek en de eigenzinnige, niet-academische verhoudingen. Wat op onvermogen lijkt, is vaak een bewuste, heldere keuze die het beeld zijn eigen bekoring geeft. De waardering die Rousseau ten deel viel, opende de blik van de avant-garde voor volkskunst en voor het werk van ongeschoolde makers. Verwant is het post-impressionisme van Gauguin, dat dezelfde vlakke opbouw zocht; het verschil is dat Gauguin die eenvoud koos na een geschoolde start, en Rousseau haar nooit anders kende.


