Neo-impressionisme
Geen werken die aan deze selectie voldoen.
Over de stroming
Het neo-impressionisme ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als een strengere voortzetting van het impressionisme. De schilders bouwden het beeld op uit fijne stippen zuivere, ongemengde kleur. Die punten mengen zich pas in het oog van de kijker tot licht en vorm. De methode is systematisch en berust op de kleurenleer van die tijd; het resultaat is helder en trillend.
In deze verzameling staan Paul Signac, Henri-Edmond Cross en Jan Toorop voor deze stiptechniek, ook wel pointillisme genoemd. Signac en Cross brachten de kust en het zuiden in beeld, badend in zonlicht. Toorop paste de techniek een tijd toe op zijn Zeeuwse landschappen en zeegezichten. Het neo-impressionisme maakte van kleur een zaak van methode en licht, en bereidde de vrije kleur van de moderne kunst voor.
Wie het neo-impressionisme herkent, let op het regelmatige patroon van kleine, losse stippen en op de heldere, haast trillende kleur. De techniek vroeg geduld en berekening, waardoor elk doek langzaam en overwogen tot stand kwam. Al hield de strenge methode niet lang stand, de bevrijding van de kleur die zij inzette, werkte rechtstreeks door in het fauvisme en de vroege abstractie. Het verschil met het impressionisme is de methode: waar de impressionist de toets uit de hand laat komen, zet de neo-impressionist elke stip volgens de kleurenleer.
Bron: Kroller-Muller Museum.
De kunstenaars binnen deze stroming
De meesters uit deze stroming, met de werken die in de collectie van willem. zijn opgenomen.
Verder binnen Impressionisme
Deze stroming is één van de stromingen binnen deze koepel.