Paul Signacs Portret van Félix Fénéon uit 1890 draagt de volledige titel Opus 217 en toont de criticus die het neo-impressionisme zijn naam gaf. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Portret van Félix Fénéon
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Portret van Félix Fénéon (Portrait de Félix Fénéon (Opus 217)), 1890
Portret · 73,5 × 92,5 cm (28,9 × 36,4 in)
Neo-impressionisme
Museum of Modern Art (MoMA), New York
Catalogustekst
Félix Fénéon staat in profiel, een bloem in de uitgestoken hand, tegen een ronddraaiende achtergrond van gekleurde stralen. Paul Signac schilderde dit portret in 1890, in het Parijs waar het neo-impressionisme zijn eerste jaren beleefde. Fénéon was criticus en redacteur, en de man die de term néo-impressionnisme bedacht voor het werk van Signac en Georges Seurat. De volledige titel begint met Opus 217 en somt de beats, hoeken, tonen en tinten van de achtergrond op.
De opbouw volgt het divisionisme dat Signac en Seurat samen ontwikkelden. Signac zette de kleuren als kleine, losse toetsen naast elkaar in plaats van ze vooraf te mengen, zodat het oog ze op afstand samenvoegt. Die optische kleurmenging maakten de neo-impressionisten tot een sluitend systeem, gebouwd op de kleurwetten van hun tijd. Signac zette Fénéon in scherp profiel, met een bloem in de hand die rijmt op de opgekrulde punt van zijn sik.
Achter de figuur draait een sierlijk wiel van tinten, waarschijnlijk een verwijzing naar de kleurtheorie van Charles Henry, met wie Signac in deze jaren nauw samenwerkte. Het portret is programmatisch bedoeld, want het brengt de leerstellingen van de nieuwe beweging rechtstreeks in beeld. De lijnen van neus, elleboog en wandelstok dalen in een zigzag, in de maat die de titel opsomt. Binnen Signacs oeuvre is dit een uitzondering, want hij schilderde vooral havens, zeilboten en landschappen aan de Middellandse Zee.
Het portret hangt in New York en is daar in de vaste opstelling te zien. Wie de opbouw van de toets van dichtbij wil bekijken, vindt het werk in de collectie van het Museum of Modern Art. Bij willem. wordt dit portret als kunstreproductie in een beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het neo-impressionisme ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als een strengere voortzetting van het impressionisme. De schilders bouwden het beeld op uit fijne stippen zuivere, ongemengde kleur. Die punten mengen zich pas in het oog van de kijker tot licht en vorm. De methode is systematisch en berust op de kleurenleer van die tijd; het resultaat is helder en trillend.
In deze verzameling staan Paul Signac, Henri-Edmond Cross en Jan Toorop voor deze stiptechniek, ook wel pointillisme genoemd. Signac en Cross brachten de kust en het zuiden in beeld, badend in zonlicht. Toorop paste de techniek een tijd toe op zijn Zeeuwse landschappen en zeegezichten. Het neo-impressionisme maakte van kleur een zaak van methode en licht, en bereidde de vrije kleur van de moderne kunst voor.
Wie het neo-impressionisme herkent, let op het regelmatige patroon van kleine, losse stippen en op de heldere, haast trillende kleur. De techniek vroeg geduld en berekening, waardoor elk doek langzaam en overwogen tot stand kwam. Al hield de strenge methode niet lang stand, de bevrijding van de kleur die zij inzette, werkte rechtstreeks door in het fauvisme en de vroege abstractie. Het verschil met het impressionisme is de methode: waar de impressionist de toets uit de hand laat komen, zet de neo-impressionist elke stip volgens de kleurenleer.
Bron: Kroller-Muller Museum.



