Capo di Noli van Paul Signac toont een rotskaap aan de Italiaanse Rivièra, in 1898 geschilderd op het hoogtepunt van zijn pointillistische jaren. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Capo di Noli
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Capo di Noli, 1898
Landschap (kustgezicht) · 93,5 × 75 cm (36,8 × 29,5 in)
Neo-impressionisme
Wallraf–Richartz Museum, Keulen
Catalogustekst
De Capo di Noli is een rotskaap aan de Ligurische kust van Italië, en Paul Signac legde haar in 1898 vast als een steile helling boven een kalme, blauwe zee. Op de voorgrond buigt een pad langs pijnbomen en struikgewas; daarachter loopt het land af naar een baai met enkele witte huizen. Signac reisde in deze jaren langs de kusten van de Middellandse Zee en werkte zijn indrukken pas in het atelier uit tot grote, doordachte composities. De studies voor zulke werken maakte hij in aquarel ter plaatse.
De uitvoering is streng divisionistisch. Signac zette de verf neer in losse, rechthoekige vlekjes die het beeld als een mozaïek opbouwen, zonder de kleuren vooraf te mengen. Groen, oranje, violet en blauw wisselen elkaar af, zodat het oog de tinten op afstand samenvoegt tot licht. De toets is in dit werk opvallend grof en regelmatig, groter dan bij Georges Seurat, en geeft het oppervlak een decoratief, bijna geweven karakter. De lijnen van de kust en de bomen zijn tot rustige, golvende vormen teruggebracht.
Capo di Noli hoort bij het hoogtepunt van Signacs decoratieve, grofkorrelige fase rond 1900. In deze jaren verliet hij de kleine stippen van zijn vroege werk en koos hij voor een bredere, mozaïekachtige toets die zijn latere landschappen zou kenmerken. Als neo-impressionist bouwde Signac elk beeld op volgens een systeem van kleur en toon, waarin de ordening van het oppervlak even zwaar woog als het uitzicht zelf. Het schilderij meet 93,5 bij 75 centimeter.
Het werk hangt in het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen, waar het tot de pointillistische kern van de negentiende-eeuwse collectie behoort. Wie de mozaïektoets van dichtbij wil volgen, vindt het doek in de collectie van het Wallraf-Richartz-Museum. Bij willem. is Capo di Noli te verwerven als kunstreproductie in een oplage van honderd genummerde exemplaren, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het neo-impressionisme ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als een strengere voortzetting van het impressionisme. De schilders bouwden het beeld op uit fijne stippen zuivere, ongemengde kleur. Die punten mengen zich pas in het oog van de kijker tot licht en vorm. De methode is systematisch en berust op de kleurenleer van die tijd; het resultaat is helder en trillend.
In deze verzameling staan Paul Signac, Henri-Edmond Cross en Jan Toorop voor deze stiptechniek, ook wel pointillisme genoemd. Signac en Cross brachten de kust en het zuiden in beeld, badend in zonlicht. Toorop paste de techniek een tijd toe op zijn Zeeuwse landschappen en zeegezichten. Het neo-impressionisme maakte van kleur een zaak van methode en licht, en bereidde de vrije kleur van de moderne kunst voor.
Wie het neo-impressionisme herkent, let op het regelmatige patroon van kleine, losse stippen en op de heldere, haast trillende kleur. De techniek vroeg geduld en berekening, waardoor elk doek langzaam en overwogen tot stand kwam. Al hield de strenge methode niet lang stand, de bevrijding van de kleur die zij inzette, werkte rechtstreeks door in het fauvisme en de vroege abstractie. Het verschil met het impressionisme is de methode: waar de impressionist de toets uit de hand laat komen, zet de neo-impressionist elke stip volgens de kleurenleer.
Bron: Kroller-Muller Museum.



