De haven van Saint-Tropez is een van de grootste havengezichten die Paul Signac schilderde, met zeilboten voor de kade van de Zuid-Franse baai. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Port of Saint-Tropez
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Port of Saint-Tropez (Le Port de Saint-Tropez), 1901–1902
Havengezicht · 131 × 161,5 cm (51,6 × 63,6 in)
Neo-impressionisme
The National Museum of Western Art, Tokio, inv. P.1987-0003
Catalogustekst
De haven van Saint-Tropez laat het Zuid-Franse plaatsje aan de Middellandse Zee zien op een dag vol zomerlicht. Op de voorgrond liggen boten met neergelaten masten voor de kade, daarachter buigt de baai naar de bebouwde oever met een klokkentoren en lichte gevels. Paul Signac, leefjaren 1863-1935, werkte het doek uit in 1901 en 1902 in het formaat 131 bij 161,5 centimeter. Rechtsonder staat de signatuur P. Signac.
De uitvoering bestaat volledig uit losse, rechthoekige toetsen die als een mozaïek naast elkaar staan. Signac zette complementaire kleuren tegen elkaar en liet het oog ze op afstand mengen, een werkwijze die hij samen met Georges Seurat tot de kern van het neo-impressionisme had gemaakt. Vergeleken met zijn vroege pointillistische doeken zijn de toetsen hier groter en staat het contrast tussen de kleurvlakken scherper. De kade, de rompen van de boten en het wateroppervlak zijn met dezelfde bouwsteen opgezet.
Het doek hoort bij de reeks havengezichten die Signac in Saint-Tropez schilderde. Na de dood van Seurat vertrok hij in 1892 per zeilboot voor een tocht over de Middellandse Zee en ontdekte daarbij het toen nog kleine vissersplaatsje, waar hij zich vestigde en de tien jaar daarna tussen Saint-Tropez en Parijs pendelde. Dit brede doek geldt als een van de meest monumentale werken uit die periode. In de catalogus van Françoise Cachin draagt het nummer 359; The National Museum of Western Art in Tokio verwierf het door aankoop en bewaart het onder inventarisnummer P.1987-0003, te zien in de collectie van The National Museum of Western Art.
In Tokio maakt het werk deel uit van de vaste opstelling van het museum voor westerse kunst. Bij willem. wordt De haven van Saint-Tropez uitgevoerd als kunstreproductie in een beperkte oplage, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het neo-impressionisme ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als een strengere voortzetting van het impressionisme. De schilders bouwden het beeld op uit fijne stippen zuivere, ongemengde kleur. Die punten mengen zich pas in het oog van de kijker tot licht en vorm. De methode is systematisch en berust op de kleurenleer van die tijd; het resultaat is helder en trillend.
In deze verzameling staan Paul Signac, Henri-Edmond Cross en Jan Toorop voor deze stiptechniek, ook wel pointillisme genoemd. Signac en Cross brachten de kust en het zuiden in beeld, badend in zonlicht. Toorop paste de techniek een tijd toe op zijn Zeeuwse landschappen en zeegezichten. Het neo-impressionisme maakte van kleur een zaak van methode en licht, en bereidde de vrije kleur van de moderne kunst voor.
Wie het neo-impressionisme herkent, let op het regelmatige patroon van kleine, losse stippen en op de heldere, haast trillende kleur. De techniek vroeg geduld en berekening, waardoor elk doek langzaam en overwogen tot stand kwam. Al hield de strenge methode niet lang stand, de bevrijding van de kleur die zij inzette, werkte rechtstreeks door in het fauvisme en de vroege abstractie. Het verschil met het impressionisme is de methode: waar de impressionist de toets uit de hand laat komen, zet de neo-impressionist elke stip volgens de kleurenleer.
Bron: Kroller-Muller Museum.


