De Meesters zijn Nederlands
Verken de stromingen
De Meesters zijn Nederlands valt uiteen in 11 stromingen. Open er één voor de volledige selectie.
De kunstenaars binnen deze koepel
De meesters uit deze koepel, met de werken die in de collectie van willem. zijn opgenomen.
Over deze koepel
Deze koepel is geen kunsthistorische stroming maar een curatoriele selectie. Het criterium is de herkomst van de maker: bijeengebracht zijn schilders die in de Noordelijke Nederlanden zijn geboren, van de zeventiende eeuw tot het midden van de twintigste. De werken delen daardoor geen stijl, techniek of periode, maar een geografische noemer. Wat hen verbindt is niet hoe zij schilderden, maar waar zij vandaan kwamen, en de vraag die de samenstelling oproept is welke plaats die herkomst in het werk zelf inneemt, en of zij meer is dan een etiket.
De spreiding is groot, in de tijd en in de opvatting van het vak. Aan het ene uiteinde staat Rembrandt van Rijn, wiens werk in het tweede kwart van de zeventiende eeuw ontstaat binnen de traditie van het geschilderde verhaal en portret. Aan het andere uiteinde staat Piet Mondriaan, die in de eerste helft van de twintigste eeuw elke afbeelding loslaat en naar een streng geordend vlak toewerkt. Tussen die twee polen liggen ruim drie eeuwen schilderkunst.
Twee werken uit de selectie tonen die breedte, elk uit een andere hoek van de spreiding. In Landschap met stenen brug, 1638, houdt Rembrandt het licht laag boven een Hollands rivierdal en laat hij een enkele lichtval het tafereel dragen. In New York City, 1942, ordent Mondriaan lijn en kleur tot een strak raster zonder enige afbeelding. Landschap en abstractie staan zo naast elkaar onder dezelfde geografische noemer.
De ontvangst van deze werken verliep langs zeer ongelijke wegen. De zeventiende-eeuwse doeken waren binnen enkele generaties in openbare verzamelingen opgenomen, terwijl het werk van Van Gogh en Mondriaan die weg pas ruim na hun dood vond, via particuliere verzamelaars en nagelaten familiebezit. Zo werd de nalatenschap van Van Gogh via een familiestichting ondergebracht in het Van Gogh Museum, dat in 1973 in Amsterdam opende. Het criterium zelf vraagt om nuance: Jan Toorop werd geboren op Java in Nederlands-Indie, en Lawrence Alma-Tadema kwam in Friesland ter wereld maar werkte het grootste deel van zijn loopbaan in Engeland en nam de Britse nationaliteit aan.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.
Zeventiende eeuw. In deze periode ligt het oudste deel van de selectie, met werk dat binnen de toenmalige praktijk van portret, verhaal en landschap tot stand kwam. Zij vormt het historische anker van de koepel, de generatie waaraan de latere makers zich, bewust of onbewust, verhielden. Hier valt de Nederlandse herkomst nog samen met een gedeelde schildertraditie.
Negentiende eeuw. Deze periode vormt de overgang binnen de selectie, met makers die tussen de oude traditie en de moderne kunst in werken. Zij verbindt het zeventiende-eeuwse deel met het twintigste-eeuwse, en laat zien hoe de gedeelde herkomst zich uitstrekt over sterk uiteenlopende opvattingen van het vak, de techniek en het onderwerp van de kunst.
Twintigste eeuw. Hier ligt het jongste deel van de koepel, met werk dat de afbeelding loslaat en naar abstractie en constructie toewerkt. Deze periode toont hoe ver de selectie reikt: dezelfde geografische noemer omvat zowel het geschilderde verhaal als het zuiver geordende vlak. Zij markeert het eindpunt van de spreiding in de tijd binnen deze koepel.
De werken van deze makers zijn bij willem. te verwerven als kunstreproductie in beperkte, genummerde oplage.
Andere hoofdstukken
De collectie is verdeeld over meerdere overkoepelende hoofdstukken.