Van Johannes Vermeer is Het melkmeisje een genrestuk waarin één dienstmeid, groot en stevig neergezet, in rust melk uitschenkt bij het venster. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Het melkmeisje
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Het melkmeisje, ca. 1658-1661
Genrestuk · 45,5 × 41,0 cm (17,9 × 16,1 in)
Barok
Rijksmuseum, Amsterdam, inv. SK-A-2344
Catalogustekst
Het melkmeisje toont een dienstmeid die in een sobere keuken melk uit een aardewerken kan in een schaal giet. Johannes Vermeer schilderde het werk omstreeks 1658-1661 in Delft, waar hij zijn hele leven bleef wonen. Hij bracht de voorstelling in olieverf aan op een doek van 45,5 bij 41 cm; het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Licht valt binnen door een venster links en strijkt over de muur, de tafel en de figuur. Op de tafel liggen brood en een mand; onderin staat een voetstoof bij de plint.
De vrouw staat vrij in de ruimte, tegen een lichte, vrijwel lege muur die het beeld tot rust brengt. Vermeer bouwde haar op uit heldere vlakken geel en blauw en gaf het brood en het aardewerk een korrelige, opgehoogde toets. Kleine lichtstippen liggen als losse punten op de broodkorst en de rand van de kan, een techniek die de stoffen tastbaar maakt. De spijker en de haken in de muur, met hun kleine schaduwen, meten de afstand tussen kijker en figuur. Van de melkstraal maakte hij het enige beweeglijke element in een verder stilstaand beeld.
Het werk hoort bij de genrestukken waarmee Vermeer huiselijke taferelen tot onderwerp maakte. Anders dan veel tijdgenoten koos hij niet voor een vertellende scène, maar voor één figuur in volle concentratie op een alledaagse handeling. De meid is groter en steviger neergezet dan bij dit onderwerp gebruikelijk was, met armen die het werk werkelijk lijken te doen. Van Vermeer zijn ongeveer vijfendertig schilderijen bekend, waarvan Het melkmeisje er een is.
In 1908 raakte bekend dat de familie Six het schilderij wilde verkopen, samen met achtendertig andere werken uit haar verzameling. De Vereniging Rembrandt bracht een deel van het bedrag bijeen en haalde de rijksbijdrage binnen, zodat het werk voor Nederland behouden bleef terwijl ook een Amerikaanse verzamelaar belangstelling toonde. Sindsdien hangt Het melkmeisje in het Rijksmuseum in Amsterdam, onder inventarisnummer SK-A-2344; meer erover staat in de collectie van het Rijksmuseum. Bij willem. wordt het als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.



