De allegorie op de schilderkunst is het grootste doek van Johannes Vermeer, een atelierscène waarin een model als de muze Clio poseert. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De allegorie op de schilderkunst
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De allegorie op de schilderkunst (De schilderkunst (allegorie)), ca. 1666-1668
Allegorie · 120,0 × 100,0 cm (47,2 × 39,4 in)
Barok
Kunsthistorisches Museum, Wenen, inv. GG 9128
Catalogustekst
Johannes Vermeer toont een schilder aan het werk, van de rug gezien, met palet en penseel geheven boven een pas begonnen doek. Tegenover hem staat een jonge vrouw model als Clio, de muze van de geschiedenis, met lauwerkrans, trompet en een dik boek in de arm. Links is een zwaar gordijn opzijgeschoven, alsof de kijker toegang krijgt tot het atelier; aan de achterwand hangt een grote landkaart van de Nederlanden. Vermeer maakte De allegorie op de schilderkunst, ook bekend als De schilderkunst, omstreeks 1666 tot 1668 in Delft.
Het licht valt van links binnen en verdeelt de rug van de schilder, het gordijn en de kaart in uiteenlopende texturen. Vermeer werkte de stof, het messing van de kroonluchter en het papier van de wandkaart met verschillende toetsen uit, van dun en glad tot korrelig oplichtend. De landkaart scheidt de noordelijke en zuidelijke gewesten met een vouw in het midden en draagt de naam van de uitgever. De vloer van zwart en wit marmer voert de blik in diagonalen naar de achtergrond.
Binnen het oeuvre geldt het doek als het grootste en meest programmatische dat Vermeer maakte; hij hield het zijn leven lang in bezit en verkocht het nooit. Na zijn dood in 1675 droeg zijn weduwe Catharina Bolnes het over aan haar moeder om het buiten het bereik van schuldeisers te houden. Via de nalatenschap van Gottfried van Swieten en de Weense familie Czernin raakte het schilderij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse handen, om in 1946 aan het museum te worden overgedragen.
Sinds 1958 maakt het werk deel uit van de vaste collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen, onder inventarisnummer Gemäldegalerie 9128. Bij willem. is De allegorie op de schilderkunst te verwerven als kunstdruk in een beperkte oplage, op aanvraag gedrukt in ons eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.



