De anatomische les van Nicolaes Tulp is Rembrandts eerste grote groepsportret uit Amsterdam, waarop de chirurgijn de arm van een terechtgestelde ontleedt. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, 1632
Groepsportret · 169,5 × 216,5 cm (66,7 × 85,2 in)
Barok
Mauritshuis, Den Haag, inv. 146
Catalogustekst
De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp toont zeven Amsterdamse chirurgijns rond een lijk, terwijl praelector Nicolaes Tulp met een tang de spieren van de linkeronderarm blootlegt. Rembrandt schilderde het doek in 1632, kort na zijn verhuizing van Leiden naar Amsterdam. Het meet 169,5 bij 216,5 cm en hangt in het Mauritshuis in Den Haag. Het was zijn eerste grote groepsopdracht in Amsterdam en zijn doorbraak als portrettist. De opdracht kwam van het chirurgijnsgilde, dat de jaarlijkse openbare ontleding liet vastleggen. Het lijk is dat van Aris Kindt, een dief die op 31 januari 1632 werd opgehangen.
De compositie breekt met het starre rijtje koppen dat groepsportretten tot dan kenmerkte. Rembrandt ordent de chirurgijns in een diagonale opbouw, zodat de blikken samenkomen bij de opengelegde arm en bij het opengeslagen boek rechtsonder. Het licht valt scherp op het bleke lijk en op de gezichten, terwijl de achtergrond in bruin wegzinkt. Die lichtregie, geleerd uit de Italiaanse schilderkunst, geeft het tafereel diepte. Elk gezicht is naar het leven getroffen; de namen van de afgebeelde mannen staan op het papier dat een van hen omhooghoudt.
Binnen Rembrandts oeuvre markeert het doek het begin van zijn Amsterdamse jaren, waarin hij de gevraagde portrettist van de gegoede burgerij werd. Het werk behoort tot de Barok, de stroming die beweging, licht en dramatische ordening zocht. Lange tijd bleef het schilderij in bezit van het chirurgijnsgilde; in 1828 verwierf koning Willem I het voor het Mauritshuis.
Het schilderij hangt vandaag in de collectie van het Mauritshuis in Den Haag, waar het geldt als een vroeg hoogtepunt van de Nederlandse portretkunst. Bij willem. wordt het werk als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.




