De klokkentoren van Saint-Tropez is een havengezicht van Paul Signac uit 1896, met de kerktoren boven de daken in losse, naast elkaar gezette kleurtoetsen. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De klokkentoren van Saint-Tropez
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De klokkentoren van Saint-Tropez (Saint-Tropez. Le clocher), 1896
Stadsgezicht · 82 × 64 cm (32,3 × 25,2 in)
Neo-impressionisme
Fondation Bemberg, Toulouse
Catalogustekst
Boven de rode en okerkleurige daken van Saint-Tropez rijst de klokkentoren van de kerk Notre-Dame de l'Assomption, gezien vanaf de haven. Paul Signac schilderde dit gezicht in 1896, vier jaar nadat hij zich in het toen nog stille vissersplaatsje aan de Middellandse Zee had gevestigd. De toren staat vrijwel in het midden, geflankeerd door de huizen die tegen de heuvel opkruipen. Op de voorgrond ligt het water van de haven, waarin het licht in korte streken uiteenvalt.
De opbouw rust op een evenwicht tussen de verticaal van de toren en de horizontale lijnen van kade en daken. Signac zette de verf in losse, rechthoekige toetsen naast elkaar en mengde de kleuren niet op het palet. Oranje en blauw, geel en violet raken elkaar en vloeien op afstand samen tot een trillend geheel. Die werkwijze heet divisionisme. In dit werk is de toets groter en regelmatiger dan in zijn vroegere doeken, waardoor het oppervlak op een mozaïek gaat lijken.
Binnen Signacs oeuvre markeert dit gezicht de overgang naar zijn rijpere jaren. Na zijn komst naar Saint-Tropez werd zijn toets breder en zijn kleur zuiverder, een lijn die uitmondde in de grofkorrelige doeken rond 1900. De klokkentoren van Notre-Dame de l'Assomption keerde in meerdere studies en schilderijen terug en werd een vast motief in zijn Provençaalse werk.
Het schilderij maakt deel uit van de verzameling die de kunstverzamelaar Georges Bemberg in de twintigste eeuw bijeenbracht en die sinds 1995 in het renaissancepaleis Hôtel d'Assézat in Toulouse te zien is. Daar is het opgenomen in de collectie van de Fondation Bemberg. Bij willem. wordt de klokkentoren van Saint-Tropez als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het neo-impressionisme ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als een strengere voortzetting van het impressionisme. De schilders bouwden het beeld op uit fijne stippen zuivere, ongemengde kleur. Die punten mengen zich pas in het oog van de kijker tot licht en vorm. De methode is systematisch en berust op de kleurenleer van die tijd; het resultaat is helder en trillend.
In deze verzameling staan Paul Signac, Henri-Edmond Cross en Jan Toorop voor deze stiptechniek, ook wel pointillisme genoemd. Signac en Cross brachten de kust en het zuiden in beeld, badend in zonlicht. Toorop paste de techniek een tijd toe op zijn Zeeuwse landschappen en zeegezichten. Het neo-impressionisme maakte van kleur een zaak van methode en licht, en bereidde de vrije kleur van de moderne kunst voor.
Wie het neo-impressionisme herkent, let op het regelmatige patroon van kleine, losse stippen en op de heldere, haast trillende kleur. De techniek vroeg geduld en berekening, waardoor elk doek langzaam en overwogen tot stand kwam. Al hield de strenge methode niet lang stand, de bevrijding van de kleur die zij inzette, werkte rechtstreeks door in het fauvisme en de vroege abstractie. Het verschil met het impressionisme is de methode: waar de impressionist de toets uit de hand laat komen, zet de neo-impressionist elke stip volgens de kleurenleer.
Bron: Kroller-Muller Museum.



