Turner schilderde in 1838 het uitgediende oorlogsschip Temeraire op weg naar de sloper, achter een kleine stoomsleepboot, onder een lage avondzon. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De vechtende Temeraire
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De vechtende Temeraire (The Fighting Temeraire), 1839
Maritiem landschap / Zeegezicht · 90,7 × 121,6 cm (35,7 × 47,9 in)
Romantiek
The National Gallery, Londen, inv. NG524
Catalogustekst
De vechtende Temeraire toont een uitgediend Brits linieschip dat over de Theems naar de sloperij wordt gesleept. Het hoge, bleke casco komt uit een koele blauwe lucht naar voren, getrokken door een lage donkere stoomsleepboot met een rokende schoorsteen. Rechts staat de zon vlak boven de horizon en kleurt lucht en water oranje en geel. Turner schilderde het doek in 1838, het jaar van de sleeptocht, en toonde het in 1839 op de jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy in Londen, met twee regels naar een gedicht van Thomas Campbell.
Turner week op verschillende punten af van wat er in september 1838 werkelijk gebeurde. De Temeraire, in 1798 te water gelaten, was kort daarvoor bij Sheerness van masten en tuigage ontdaan en tot een kaal casco teruggebracht, en de tocht naar de sloperij in Rotherhithe vroeg twee stoomsleepboten. Op het doek staan de masten weer overeind en trekt één boot het schip voort. Lucht en water lopen in elkaar over, zodat de horizon zich nauwelijks laat aanwijzen. Het doek is in olieverf geschilderd en meet 90,7 bij 121,6 centimeter.
Binnen het werk van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) hoort dit doek bij de late jaren, waarin licht en damp steeds meer ruimte innemen ten koste van de omtrek van de dingen. Het onderwerp komt uit zijn eigen tijd: het zeilschip verdwijnt en de stoomvaart neemt het over. In de Engelse romantiek gold Turner als de schilder die het landschap aan weer en atmosfeer overliet. Hij was drieënzestig toen hij de Temeraire schilderde en bleef tot 1850 op de Royal Academy exposeren.
Het schilderij hangt in The National Gallery in Londen, onder inventarisnummer NG524. Turner stierf in 1851 en liet zijn nagelaten schilderijen aan de natie na, maar over zijn testament werd jarenlang geprocedeerd; pas na een uitspraak in 1856 kwam het doek in de collectie van The National Gallery. Bij willem. wordt het werk als kunstdruk uitgevoerd in een oplage van honderd genummerde exemplaren, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De romantiek zocht in de eerste helft van de negentiende eeuw het verhevene, de natuur en het gevoel. Weidse landschappen, dreigende storm en vervallen ruine roepen ontzag en weemoed op. De mens is er klein en alleen tegenover de oneindige natuur, die de schilders opvatten als een spiegel van de ziel. Tegenover de nuchtere rede stelde de stroming de verbeelding en de ervaring.
In deze verzameling staan Caspar David Friedrich, Thomas Cole en John Martin voor die houding. Friedrich schilderde stille figuren voor eindeloze luchten en zeeen. Cole bouwde weidse Amerikaanse landschappen op tot beelden van opkomst en verval. Martin gaf ramp en apocalyps een groots, theatraal decor. Hun licht en ruimte dragen een stille, bijna religieuze spanning die de latere landschapskunst diep heeft beinvloed.
Wie de romantiek herkent, let op de weidse ruimte, het dramatische licht en de kleine mens tegenover een overweldigende natuur. De stroming was een reactie op de nuchtere rede van de Verlichting en stelde daar gevoel en verbeelding tegenover. Haar opvatting van het landschap als drager van stemming en betekenis bleef de kunst van de negentiende en twintigste eeuw beinvloeden. Het realisme dat erop volgde, keerde de blik om: van het verhevene naar het gewone, van de storm naar de akker.
Bron: Hamburger Kunsthalle.


