Collectie /J.M.W. Turner
Portret van J.M.W. Turner

Joseph Mallord William Turner

1775-1851
J.M.W. Turner vulde zijn schetsboeken op reizen door Groot-Brittannië en over het vasteland. Hij maakte het weer tot het eigenlijke onderwerp van het landschap. Storm, mist en tegenlicht krijgen in zijn doeken de ruimte die vroeger voor gebouwen en figuren was. In zijn late werk verschijnen stoomschepen en treinen, de nieuwe snelheid van zijn eeuw. Bij willem. staat hij voor de romantiek waarin het licht de vorm verdringt.
Stroming
Romantiek
Opleiding
Royal Academy Schools, Londen (vanaf 1789)
Werkzaam
Londen, Petworth, Margate
In de collectie
4 werken
Hangwijze
Lijst tonen Passe-partout wordt zwarte rand

Over de kunstenaar

J.M.W. Turner (1775-1851), voluit Joseph Mallord William Turner, werd geboren bij Covent Garden in Londen en werkte vanuit die stad. Binnen de Britse romantiek maakte hij van het landschap een studie van licht en atmosfeer. Lucht, water en damp nemen in zijn doeken de plaats in van de vaste vorm; schepen, kusten en steden lossen erin op.

In december 1789 werd Turner toegelaten tot de Royal Academy Schools. Op de tentoonstellingen van de Academy toonde hij vanaf 1790 aquarellen en vanaf 1796 olieverfschilderijen; in 1799 werd hij geassocieerd lid, in 1802 volwaardig academielid, en vanaf 1807 was hij er hoogleraar perspectief. Zijn voorbeelden waren de zeestukken van Willem van de Velde en de Italiaanse landschappen van Claude Lorrain. In 1802 bestudeerde hij de oude meesters in het Louvre; in 1819 reisde hij zes maanden door Italië, langs Venetië, Rome en Napels. Hij was geregeld te gast op Petworth House, het landgoed van zijn beschermheer Lord Egremont, en logeerde later vaak in Margate aan de kust van Kent.

Zijn band met Claude legde Turner vast in zijn testament. Hij liet de National Gallery Dido bouwt Carthago en Zon die opkomt door damp na, op voorwaarde dat ze naast twee doeken van Claude zouden hangen; zo hangen de vier schilderijen er nog. Nadat verwanten het testament hadden aangevochten, kende een rechter in 1856 niet alleen de afgewerkte schilderijen, maar zijn hele artistieke nalatenschap toe aan de natie.

Het overgrote deel van die nalatenschap berust bij Tate Britain in Londen. De vechtende Temeraire (NG524) hangt in de National Gallery. Het doek toont het oorlogsschip dat in 1805 bij Trafalgar vocht en in 1838 naar een sloperij in Rotherhithe werd gesleept; Turner gaf het schip zijn masten terug en schilderde het wit en goud tegen een ondergaande zon. Hij stelde het in 1839 tentoon in de Royal Academy, noemde het zijn lieveling en hield het tot zijn dood. Bij willem. vertegenwoordigt dit ene doek de late Turner: een zeestuk als afscheid van het zeiltijdperk, dat plaatsmaakt voor de stoom. Het is als kunstdruk in een oplage van 100 beschikbaar.

Bron: collectietoelichtingen National Gallery en Tate, Londen.

Naam
Joseph Mallord William Turner
Leefjaren
1775-1851
Stroming
Romantiek
Opleiding
Royal Academy Schools, Londen (vanaf 1789)
Werkzaam
Londen, Petworth, Margate
In de collectie
4 werken