Die Toteninsel van Arnold Böcklin is de derde van vijf versies van dit symbolistische dodeneiland, geschilderd in 1883 voor kunsthandelaar Fritz Gurlitt. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Het dodeneiland III
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Het dodeneiland III (Die Toteninsel (derde versie)), 1883
Allegorisch landschap · 80 × 150 cm (59,1 × 31,5 in)
Symbolisme
Alte Nationalgalerie, Staatliche Museen zu Berlin, Berlijn, inv. NG 2/80
Catalogustekst
In opdracht van de Berlijnse kunsthandelaar Fritz Gurlitt voltooide Arnold Böcklin in 1883 de derde versie van Het dodeneiland, in olieverf op hout, 80 bij 150 cm, nu in de Alte Nationalgalerie in Berlijn. Een roeiboot nadert een rotsachtig eiland waar donkere cipressen oprijzen tussen steile, lichte kalkwanden. Rechtop in de boot staat een in het wit gehulde figuur naast een met een doek bedekte doodskist; een veerman hanteert de riemen. Het eiland bestaat niet; Böcklin bedacht het. De titel Die Toteninsel voegde zijn handelaar later toe.
Böcklin schilderde het werk in olieverf op hout, in een formaat van 80 bij 150 centimeter. Een strakke symmetrie plaatst het eiland in het midden, met de cipressen als donkere kern tussen lichte, verticale rotswanden. Het lage licht en de spiegelgladde zee geven het tafereel een verstild karakter, en de witte figuur vormt het enige heldere accent tegen het donker. In de rotsen zijn rechthoekige openingen uitgehouwen die op grafkamers lijken.
Deze uitvoering is de derde van vijf die Böcklin tussen 1880 en 1886 van het motief maakte. De vijfde versie ging in de Tweede Wereldoorlog verloren, terwijl andere uitvoeringen bewaard bleven in het Kunstmuseum Basel, het Metropolitan Museum of Art in New York en het Museum der bildenden Künste in Leipzig. De Berlijnse versie kreeg brede bekendheid door de gravure die Max Klinger er in 1890 naar maakte.
Vandaag maakt Die Toteninsel deel uit van de collectie van de Alte Nationalgalerie in Berlijn, waar het onder inventarisnummer NG 2/80 wordt bewaard. Het geldt daar als een kernwerk van het Duitse Symbolisme. Bij willem. wordt het werk als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het symbolisme keerde zich in de late negentiende eeuw van de zichtbare werkelijkheid af en zocht het innerlijke, het droombeeld en de mythe. Figuren staan er voor een idee; lijn en kleur dragen een verborgen betekenis. De sfeer is stil, geladen en vaak raadselachtig. Tegenover het realisme en het impressionisme stelde de stroming de verbeelding en het gevoel.
In deze verzameling staan Odilon Redon, Arnold Bocklin en Jan Toorop voor die verbeelding. Redon bracht dromen en visioenen in zachte kleur en houtskool. Bocklin schilderde geladen, mythische taferelen als Het dodeneiland. Toorop bouwde zijn allegorieen op uit fijne, golvende lijnen vol figuren. Zij schilderden wat niet direct te zien is, en bereidden met hun nadruk op idee en vorm de moderne kunst voor.
Wie het symbolisme herkent, let op de raadselachtige sfeer, de mythische of dromerige onderwerpen en de nadruk op idee boven weergave. De stroming had geen vaste stijl maar een gedeelde houding, verspreid over heel Europa. Haar aandacht voor het innerlijk en de verbeelding bereidde het pad voor de Jugendstil en voor de vrije vorm van de moderne kunst. Verwant is de romantiek van een halve eeuw eerder, die het gevoel ook boven de rede stelde; het verschil is dat de romantiek dat in het landschap zocht en het symbolisme in de figuur en het teken.
Bron: Kroller-Muller Museum.



