Waarom Monet dezelfde hooiberg vijfentwintig keer schilderde
Claude Monet (1840-1926) schilderde vanaf de herfst van 1890 een reeks doeken van dezelfde graanstapels bij Giverny. Niet de stapel was het onderwerp, maar het licht van het uur. Zo werd het schilderen van een motief onder wisselend licht zijn methode.
Claude Monet, Hooistapels (einde van de zomer), 1890-1891. Art Institute of Chicago.
Wat schilderde Claude Monet nu eigenlijk?
Claude Monet schilderde geen hooibergen, maar graanstapels. Wat Monet vanuit zijn omgeving in Giverny zag staan, waren meules: kegelvormige stapels ongedorst graan, enkele meters hoog, door een boer opgezet om de oogst de winter door te helpen.1 De reeks kreeg later de Engelse titel Haystacks, en daaruit volgde het Nederlandse hooiberg. Die naam berust op een vertaling die nooit is teruggedraaid, al gaat het niet om hooi maar om graan. De stapels waren een gewoon gezicht op het Normandische platteland: ze stonden na de oogst maandenlang op de akkers en werden pas in de loop van de winter uit elkaar gehaald om te dorsen. Juist doordat het motief zo alledaags was, viel alle aandacht op wat Monet er wel in zag. Monet had de stapels al eerder geschilderd, een handvol studies in 1888 en 1889. Wat hij in oktober 1890 begon, was iets anders dan een studie.
Waarom schilderde Monet hetzelfde motief zo vaak?
Claude Monet wilde niet de graanstapel vastleggen, maar het licht dat er telkens anders op viel. Monet werkte daarom met meerdere doeken tegelijk: zodra het licht verschoof, soms binnen een kwartier, zette hij het ene doek opzij en pakte hij het volgende. Toen de boer in de winter begon te dorsen en een van de stapels dreigde te verdwijnen, betaalde Monet hem om de overgebleven schelf te laten staan. Het motief moest blijven; alleen het licht mocht veranderen. Ochtendnevel, middagzon, rijp, sneeuw en de laatste rode gloed voor het donker leverden telkens hetzelfde silhouet op in een andere kleur, en daarmee, wat Monet betreft, een ander schilderij.
Wie een van de sneeuwdoeken voor zich heeft, ziet hoe ver Claude Monet ging. In Graanschelf, sneeuweffect staat de stapel als een donkere kegel op een besneeuwd veld, maar die sneeuw is nergens wit. Monet bouwde haar op uit blauw, roze, lila en grijs, kleuren die hij uit het lage winterlicht haalde. De stapel zelf werpt een lange schaduw die in dezelfde koude tinten ligt. Het onderwerp is een boerenstapel op een akker, maar het schilderij gaat over een half uur licht dat nooit terugkomt.
Hoeveel doeken telt de hooibergreeks?
Over het exacte aantal verschillen de bronnen. Het Metropolitan Museum of Art in New York spreekt van minstens dertig doeken die Monet tussen eind 1888 en februari 1891 van de graanstapels maakte.2 Andere tellingen houden het op ongeveer vijfentwintig voor de winter van 1890 op 1891. Twee van die doeken staan in de collectie van willem., met precies het verschil waar het Monet om ging. uit 1890 tot 1891 toont de stapel in warm nazomerlicht; uit 1891 zet dezelfde stapel onder een laag sneeuw.1 Zelfde vorm, ander seizoen, ander schilderij.
Wat deed de reeks met het publiek?
Claude Monet toonde de reeks als geheel, en dat was nieuw. Op 4 mei 1891 opende zijn handelaar Paul Durand-Ruel in Parijs een tentoonstelling waarin vijftien van de graanstapels naast elkaar hingen.2 Niet één landschap als hoogtepunt, maar een rij die zich pas laat lezen door erlangs te lopen. De meeste werken waren binnen een maand verkocht, veel ervan aan Amerikaanse verzamelaars, tegen prijzen die voor die tijd hoog lagen. Kort daarvoor, in november 1890, had Monet met een voorschot van Durand-Ruel het huis in Giverny gekocht dat hij tot dan toe huurde; de verkoop van de reeks bevestigde in het voorjaar van 1891 zijn onafhankelijkheid. Wat Monet hier vond, paste hij daarna toe op de populieren langs de Epte, op de gevel van de kathedraal van Rouen tussen 1892 en 1894, en later op de vijver in zijn eigen tuin. In de collectie is die stap te volgen in , waarin Monet dezelfde gevel bij verschillend daglicht schilderde.
De reeks viel onder een noemer die Claude Monet zelf had helpen ontstaan. De naam impressionisme was afgeleid van zijn doek Impression, opkomende zon uit 1872, en stond voor een schilderkunst die de vluchtige indruk van licht en atmosfeer boven de precieze afbeelding stelde.4 Met de graanstapels liet Monet zien dat dat vluchtige moment zich niet in één doek liet vangen, maar pas in een reeks.
Wat zag Wassily Kandinsky in een graanstapel?
Een graanstapel van Claude Monet zette een andere schilder op het spoor van de abstractie. In 1896 stond de jonge jurist Wassily Kandinsky (1866-1944) in Moskou voor een van de doeken uit de reeks en herkende het onderwerp niet; hij moest de begeleidende tekst raadplegen om te weten dat het een graanstapel was.3 In zijn terugblik uit 1913 beschreef Kandinsky dat het schilderij hem toch vasthield, ook zonder dat hij het voorwerp kon aanwijzen. Dat een schilderij het herkenbare onderwerp blijkbaar niet nodig had, liet hem niet meer los. Kandinsky zou uitgroeien tot een van de eerste schilders die het herkenbare onderwerp volledig losliet. Het is het meeneembare feit bij deze reeks: de graanstapels die Claude Monet schilderde om het licht te vangen, werden voor iemand anders het begin van kunst zonder onderwerp.
Welke werken van Monet staan in de collectie?
De collectie van willem. brengt de graanstapels en hun vervolg samen. Claude Monet is er met de twee meules en met de kathedraal van Rouen, drie werken waarin hetzelfde idee terugkeert: één motief, telkens ander licht. Alle drie horen ze bij het impressionisme, de stroming die het voorbijgaande moment tot onderwerp koos in plaats van het blijvende. Monet bracht dat idee tot het uiterste door niet één moment te schilderen, maar de reeks momenten naast elkaar te zetten.
Wat bij de graanstapels begon, eindigde bij het water. Claude Monet legde in Giverny een tuin met een vijver aan en schilderde de waterlelies daarin tientallen jaren lang, tot doeken van enkele meters breed die hij niet meer als los landschap maar als een omhullende reeks bedoelde. Ook van die late reeks staat een werk in de collectie, Waterlelies uit 1906. De graanstapel, de kathedraal en de waterlelie zijn zo drie haltes van dezelfde gedachte: het onderwerp ligt vast, en alles wat beweegt is het licht. Claude Monet werkte tot op hoge leeftijd door aan die tuin en overleed er in 1926. De zestien werken van Monet in de collectie staan bij elkaar in de kunstdrukken naar Claude Monet.
Bronnen
- Art Institute of Chicago, objectdocumentatie bij Stacks of Wheat (End of Summer), 1890-1891, over de graanstapels als ongedorst graan en over Monets werkwijze bij Giverny. artic.edu, Stacks of Wheat terug
- The Metropolitan Museum of Art, over Haystacks (Effect of Snow and Sun): minstens dertig doeken tussen eind 1888 en februari 1891, waarvan er vijftien in mei 1891 bij Durand-Ruel hingen en snel verkochten. metmuseum.org, Haystacks terug
- Wassily Kandinsky beschreef het voorval met de graanstapel in zijn autobiografische tekst Rückblicke (Terugblik) uit 1913; het geldt in de kunstliteratuur als een sleutelmoment op zijn weg naar de abstractie. Wassily Kandinsky terug
- Impression, opkomende zon (Impression, soleil levant), 1872, hing op de eerste tentoonstelling van de impressionisten in 1874; een spottende recensie van Louis Leroy maakte van de titel de naam van de stroming. Impression, Sunrise terug
De werken uit dit verhaal, als oplageprint



