De Zeeuwse kerktoren van Piet Mondriaan toont de dorpskerk van Domburg, in 1911 geschilderd tijdens zijn zomers aan de Zeeuwse kust. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Kerktoren te Domburg
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Kerktoren te Domburg, 1911
Stadsgezicht · 114 × 75 cm (44,9 × 29,5 inch)
Expressionisme
Kunstmuseum Den Haag, Den Haag, inv. 0334304
Catalogustekst
In Domburg, aan de Zeeuwse kust, schilderde Piet Mondriaan (1872-1944) in 1911 de toren van de dorpskerk. Hij bracht er sinds 1908 telkens de zomermaanden door en keerde steeds terug naar dezelfde motieven: de duinen, de zee en de kerktoren. Op dit doek staat de toren frontaal, hoog en smal, opgebouwd uit vlakke velden groen, blauw en oker. De omtrek blijft herkenbaar, maar het metselwerk is teruggebracht tot losse kleurvlakken die tegen elkaar aan liggen.
De opbouw in vlakken verraadt de invloed van het kubisme, dat Mondriaan kort daarvoor in Parijs had leren kennen. Groen en blauw liggen naast elkaar in tonen die dicht bij elkaar staan, waardoor het oppervlak licht lijkt te bewegen. Het licht is dat van de avond, warm en laag, en valt in brede banen over de gevel. Mondriaan werkte het doek nog bij nadat het al was ingelijst; op de rand van de bronskleurige lijst zijn verfsporen achtergebleven.
Het schilderij hoort bij de werken waarmee Mondriaan de stap naar de abstractie voorbereidde. Waar de duin- en zeegezichten uit dezelfde jaren nog het luministische licht zoeken, ontleedt hij hier de vorm in vlakken. Via de nalatenschap van verzamelaar Salomon B. Slijper kwam het werk in de collectie van Kunstmuseum Den Haag. Slijper bracht in de jaren twintig en dertig een groot deel van Mondriaans figuratieve en vroege werk bijeen.
Het formaat van 114 bij 75 centimeter geeft de toren zijn opgaande, verticale nadruk. Vandaag hangt het werk in de vaste opstelling in Den Haag. Bij willem. wordt het als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het expressionisme stelde het gevoel boven de natuurgetrouwe weergave. Kleur wordt er fel en onnatuurlijk ingezet, de vorm vervormd en de toets nadrukkelijk. Niet de zichtbare werkelijkheid staat centraal, maar de innerlijke ervaring: angst, verlangen, eenzaamheid en onrust worden zichtbaar gemaakt. De stroming kwam rond 1900 op en liep vooruit op een groot deel van de moderne kunst.
In deze verzameling brengt willem. werk van Edvard Munch, Chaim Soutine en James Ensor bijeen. Munch bracht de grote thema's van liefde, angst en dood terug tot een enkel geladen beeld. Soutine kneedde zijn verf tot een wervelende, haast trillende materie. Ensor duwde gemaskerde menigten in felle kleuren tegen het beeldvlak. Elk van hen zette de eigen ervaring om in kleur en lijn, en maakte daarmee de weg vrij voor de kunst van de twintigste eeuw.
Wie het expressionisme herkent, let op de felle, soms schrille kleur, op de vervormde vorm en op de zichtbare, gejaagde toets. De stroming had haar zwaartepunt in Duitsland en Noord-Europa en kende geen strak program, maar een gedeelde drang naar uitdrukking. Haar nadruk op het innerlijk werkte door in de kunst van de hele twintigste eeuw, tot in het latere abstracte expressionisme. Het verschil met het impressionisme zit in de richting van de blik: de impressionist schildert wat het oog ziet, de expressionist wat de ervaring ermee doet.
Bron: Nasjonalmuseet, Oslo.





