De bruidsjonker van Chaïm Soutine toont een jongeman in zwart kostuum, gezeten op een stoel die nooit geschilderd werd. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De bruidsjonker
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De bruidsjonker (Garçon d'honneur), ca. 1924-1925
Portret · 100 × 81 cm (39,4 × 31,9 in)
Expressionisme
Musée de l'Orangerie (Collection Jean Walter et Paul Guillaume), Parijs, inv. RF 1960-48
Catalogustekst
Chaïm Soutine (1893-1943) schilderde in de jaren twintig een lange reeks portretten van mensen in dienstkleding: koks, kelners en piccolo's uit Parijse hotels en restaurants. De bruidsjonker hoort bij die reeks en ontstond tussen 1924 en 1925, olieverf op doek van 100 bij 81 centimeter. De titel komt van het kostuum dat het model draagt: zwarte broek en jas, wit overhemd, vlinderdas. Wie hij was, is niet vastgelegd; hetzelfde pak kan ook van een hotelbediende zijn geweest.
Soutine schilderde de zitting niet waarop de jongeman rust. De figuur zit met gespreide benen en de handen op de knieën, voor een onbestemde achtergrond waarin alleen zijn schaduw staat. Het perspectief is doelbewust vervormd: benen en handen zijn verlengd, de romp ingekort, zodat de figuur onderuitgezakt lijkt op een meubel dat er niet is. De houding doet denken aan het Portret van Monsieur Bertin van Ingres, al is deze tengere jongen met neergeslagen ogen het tegendeel van die zwaar gezeten bourgeois. Rechtsonder loopt de signatuur schuin langs het been, in blauw met een spoor wit.
Portretten als dit vormen binnen het expressionisme van de École de Paris een eigen groep: geen opdrachtportretten van notabelen, maar personeel in werkkostuum, dat Soutine jarenlang schilderde. Het doek kwam in handen van kunsthandelaar Paul Guillaume en bleef na diens dood bij zijn weduwe Domenica, die hertrouwde met Jean Walter. In een inventarisalbum uit 1932 staat het nog onder een andere titel, Le garçon de café. Op de Parijse tentoonstelling Cent tableaux de Soutine hing het in 1959 als particulier bezit, terwijl de Franse staat het datzelfde jaar van mevrouw Walter verwierf.
Het schilderij hangt in het Musée de l'Orangerie in Parijs, onder inventarisnummer RF 1960-48 en als onderdeel van de collectie Jean Walter en Paul Guillaume. Het was in 2023 te zien in het Jüdisches Museum in Berlijn. Bij willem. wordt het werk als kunstdruk in een oplage van honderd genummerde exemplaren uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland. De ingelijste druk komt binnen drie weken aan huis.
Over de stroming
Het expressionisme stelde het gevoel boven de natuurgetrouwe weergave. Kleur wordt er fel en onnatuurlijk ingezet, de vorm vervormd en de toets nadrukkelijk. Niet de zichtbare werkelijkheid staat centraal, maar de innerlijke ervaring: angst, verlangen, eenzaamheid en onrust worden zichtbaar gemaakt. De stroming kwam rond 1900 op en liep vooruit op een groot deel van de moderne kunst.
In deze verzameling brengt willem. werk van Edvard Munch, Chaim Soutine en James Ensor bijeen. Munch bracht de grote thema's van liefde, angst en dood terug tot een enkel geladen beeld. Soutine kneedde zijn verf tot een wervelende, haast trillende materie. Ensor duwde gemaskerde menigten in felle kleuren tegen het beeldvlak. Elk van hen zette de eigen ervaring om in kleur en lijn, en maakte daarmee de weg vrij voor de kunst van de twintigste eeuw.
Wie het expressionisme herkent, let op de felle, soms schrille kleur, op de vervormde vorm en op de zichtbare, gejaagde toets. De stroming had haar zwaartepunt in Duitsland en Noord-Europa en kende geen strak program, maar een gedeelde drang naar uitdrukking. Haar nadruk op het innerlijk werkte door in de kunst van de hele twintigste eeuw, tot in het latere abstracte expressionisme. Het verschil met het impressionisme zit in de richting van de blik: de impressionist schildert wat het oog ziet, de expressionist wat de ervaring ermee doet.
Bron: Nasjonalmuseet, Oslo.





