De gevilde os van Chaïm Soutine is de grootste van drie doeken die hij in 1925 naar een geslacht rund schilderde. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De gevilde os
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De gevilde os (Le Bœuf écorché), 1925
Stilleven · 202 × 114 cm (44,9 × 79,5 in)
Expressionisme
Musée de Grenoble, Grenoble, inv. MG 2665
Catalogustekst
De gevilde os toont een runderkarkas dat gespreid en opgehangen bijna het hele doek vult, over een vlak van 202 bij 114 centimeter. Soutine schilderde het in 1925 in Parijs. Kop en poten ontbreken; de ribbenkast staat wijd open naar de kijker toe. Van de drie versies die hij van dit onderwerp maakte is deze veruit de grootste.
De verf ligt dik op het doek, in brede halen die het opengelegde vlees vormgeven. Rood, oker en diepblauw lopen door elkaar, aangezet met korte, felle toetsen. Aan de flanken is de kleur warm en vol; naar de open borstholte toe verschuift ze naar donker, bijna zwart, waar de verf het dikst is opgezet. Soutine werkte naar een echt kadaver dat in zijn atelier hing. De contouren van het karkas blijven ruw en onafgewerkt, met zichtbare streken tot aan de rand van het doek.
Het doek hoort bij een reeks van drie karkassen die Soutine in 1925 schilderde. De andere twee zijn kleiner van formaat en bevinden zich in Buffalo en Minneapolis. Binnen het expressionisme legt Soutine de spanning niet in het gebaar maar in de materie zelf, in de dikte en de kleur van de verf. Het Musée de Grenoble kocht dit exemplaar in 1932 bij galerie Pierre Loeb in Parijs, vroeg voor een openbare collectie.
Vandaag hangt De gevilde os in de collectie van het Musée de Grenoble. Bij willem. wordt het werk als kunstdruk in een oplage van honderd genummerde exemplaren uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het expressionisme stelde het gevoel boven de natuurgetrouwe weergave. Kleur wordt er fel en onnatuurlijk ingezet, de vorm vervormd en de toets nadrukkelijk. Niet de zichtbare werkelijkheid staat centraal, maar de innerlijke ervaring: angst, verlangen, eenzaamheid en onrust worden zichtbaar gemaakt. De stroming kwam rond 1900 op en liep vooruit op een groot deel van de moderne kunst.
In deze verzameling brengt willem. werk van Edvard Munch, Chaim Soutine en James Ensor bijeen. Munch bracht de grote thema's van liefde, angst en dood terug tot een enkel geladen beeld. Soutine kneedde zijn verf tot een wervelende, haast trillende materie. Ensor duwde gemaskerde menigten in felle kleuren tegen het beeldvlak. Elk van hen zette de eigen ervaring om in kleur en lijn, en maakte daarmee de weg vrij voor de kunst van de twintigste eeuw.
Wie het expressionisme herkent, let op de felle, soms schrille kleur, op de vervormde vorm en op de zichtbare, gejaagde toets. De stroming had haar zwaartepunt in Duitsland en Noord-Europa en kende geen strak program, maar een gedeelde drang naar uitdrukking. Haar nadruk op het innerlijk werkte door in de kunst van de hele twintigste eeuw, tot in het latere abstracte expressionisme. Het verschil met het impressionisme zit in de richting van de blik: de impressionist schildert wat het oog ziet, de expressionist wat de ervaring ermee doet.
Bron: Nasjonalmuseet, Oslo.





