Onderricht III is het vierde paneel uit de reeks die Oskar Schlemmer in 1929 voor een ronde zaal in Essen schilderde. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Folkwang-cyclus: Onderricht III
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Folkwang-cyclus: Onderricht III (Folkwang-Zyklus: Unterricht III), 1929
Figuurstuk / figuurcompositie · 239,5 x 155 cm (94,3 x 61 in)
Bauhaus
Staatsgalerie Stuttgart , Stuttgart, inv. 2425
Catalogustekst
De ronde Brunnenraum van het Museum Folkwang in Essen was de bestemming van dit paneel. Oskar Schlemmer kreeg daar in 1928 de opdracht voor negen wandschilderingen en werkte er tot 1931 aan, in drie opeenvolgende versies. De eerste versie heeft het onderricht als algemeen thema: schematische figuurrijen die uit een grijze grond opduiken, verdeeld over vijf beelden en aangevuld met vier grote losse panelen met naakten. Onderricht III ontstond in 1929, in olieverf en tempera op doek, 239,5 bij 155 centimeter.
Wat de kijker ziet zijn maskerachtige koppen en bustes, gestaffeld in rijen die naar achteren wegwijken. Ze komen uit een diffuse grijze achtergrond naar voren en worden van opzij belicht, zodat de ene helft van elk gezicht oplicht en de andere in schaduw blijft. Onderin staat een gele bol, het enige verzadigde kleurvlak in het paneel. Schlemmer mengde olieverf met tempera, een combinatie die de verf mat en gedempt houdt en het doek dichter bij muurschildering brengt dan bij gewoon olieverfwerk. Het formaat is hoog en smal, ruim twee meter tegenover anderhalve meter.
Binnen de eerste versie is dit doek beeld vier. In de twee panelen die eraan voorafgaan staat een lerende middenfiguur; hier ontbreekt die en blijft de groep alleen over. Vier andere uitgevoerde schilderijen van die eerste versie en twee proefpanelen kwamen eveneens in Stuttgart terecht, met Onderricht I daarbij, dat in Essen als middenstuk hing van de halfronde wand links van de ingang. De Staatsgalerie verwierf dit paneel in 1953.
De wandschilderingen die uiteindelijk in Essen werden opgehangen, de laatste van de drie versies, gingen in 1934 van de wand en werden in 1937 als ontaarde kunst in beslag genomen; ze zijn sindsdien spoorloos. Wat van de opdracht over is zijn de geschilderde panelen van de eerste versie, en dit doek staat daarvan onder inventarisnummer 2425 in de collectie van de Staatsgalerie Stuttgart, in de afdeling kunst 1900-1980. Bij willem. wordt Onderricht III als kunstdruk uitgevoerd in een oplage van honderd genummerde exemplaren, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het Bauhaus was de invloedrijke Duitse kunst- en vormgevingsschool die in 1919 in Weimar werd opgericht en later naar Dessau verhuisde. De school verbond kunst, vormgeving en ambacht tot een nieuwe, moderne taal. Heldere vormen, primaire kleuren en een strakke, logische ordening staan er centraal. Schilderkunst, grafiek, architectuur en ontwerp gingen er hand in hand, met de blik gericht op de moderne samenleving.
In deze verzameling staan Wassily Kandinsky, Paul Klee en Laszlo Moholy-Nagy voor het schilderen aan het Bauhaus. Kandinsky ordende kleur en vorm als een soort muziek. Klee bouwde fijne, poetische composities op uit lijn en kleur. Moholy-Nagy onderzocht licht, vlak en beweging. Hun werk zoekt de wet achter de vorm en bepaalde mede het aanzien van de moderne kunst en vormgeving.
Wie het Bauhaus herkent, let op de heldere geometrie, de primaire kleuren en de logische, functionele opbouw. De school bestond maar veertien jaar en werd in 1933 onder druk gesloten, waarna haar leraren en leerlingen zich over de wereld verspreidden. Zo werd het Bauhaus toonaangevend voor de moderne kunst, vormgeving en architectuur ver buiten Duitsland. Verwant is De Stijl, waarvan Theo van Doesburg in 1921 en 1922 in Weimar buiten de school om lesgaf; het verschil is dat De Stijl één beeldtaal voorschreef en het Bauhaus een methode onderwees.
Bron: Bauhaus-Archiv, Berlijn.


