Q XXV van László Moholy-Nagy is een non-figuratieve studie uit 1923 naar licht en ruimte, gemaakt in zijn eerste Bauhaus-jaar. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Q XXV
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Q XXV, 1923
Schilderij (olieverf op doek) · 95 × 75 cm (37,4 × 29,5 in)
Bauhaus
Museum Folkwang, Essen, Essen, inv. G 329
Catalogustekst
Q XXV toont een non-figuratieve compositie op een lichtgrijze ondergrond, waarover zwarte en grijze balken diagonaal zijn gerangschikt. László Moholy-Nagy schilderde het werk in 1923, het jaar waarin hij aan het Bauhaus in Weimar ging lesgeven. De balken kruisen elkaar en lijken op verschillende afstanden van het vlak te liggen. Het werk is uitgevoerd in olieverf op doek en meet 95 bij 75 centimeter.
De ordening is strak maar niet symmetrisch. Moholy-Nagy hield het palet beperkt tot zwart, grijs en het licht van de ondergrond, zodat de aandacht naar de onderlinge verhoudingen gaat en niet naar de kleur. Door de balken half doorschijnend te houden en elkaar te laten overlappen, roept hij ruimte op zonder perspectief of horizon. Hij beschouwde zichzelf minder als schilder dan als onderzoeker en gebruikte doek en verf om de werking van licht als beeldend middel te bestuderen.
Q XXV hoort bij een reeks doeken die Moholy-Nagy met een letter en een cijfer aanduidde, een systematiek die aansluit bij het constructivisme en bij het rationele denken van het Bauhaus. De diagonale opbouw en de studie van licht en ruimtelijke werking wijzen vooruit naar zijn latere fotogrammen en zijn Licht-Ruimte-Modulator. Museum Folkwang verwierf het schilderij in 1969, met steun van de stad Essen.
Vandaag maakt het werk deel uit van de collectie van Museum Folkwang in Essen, Duitsland, te zien in de collectie van Museum Folkwang. Bij willem. wordt het als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het Bauhaus was de invloedrijke Duitse kunst- en vormgevingsschool die in 1919 in Weimar werd opgericht en later naar Dessau verhuisde. De school verbond kunst, vormgeving en ambacht tot een nieuwe, moderne taal. Heldere vormen, primaire kleuren en een strakke, logische ordening staan er centraal. Schilderkunst, grafiek, architectuur en ontwerp gingen er hand in hand, met de blik gericht op de moderne samenleving.
In deze verzameling staan Wassily Kandinsky, Paul Klee en Laszlo Moholy-Nagy voor het schilderen aan het Bauhaus. Kandinsky ordende kleur en vorm als een soort muziek. Klee bouwde fijne, poetische composities op uit lijn en kleur. Moholy-Nagy onderzocht licht, vlak en beweging. Hun werk zoekt de wet achter de vorm en bepaalde mede het aanzien van de moderne kunst en vormgeving.
Wie het Bauhaus herkent, let op de heldere geometrie, de primaire kleuren en de logische, functionele opbouw. De school bestond maar veertien jaar en werd in 1933 onder druk gesloten, waarna haar leraren en leerlingen zich over de wereld verspreidden. Zo werd het Bauhaus toonaangevend voor de moderne kunst, vormgeving en architectuur ver buiten Duitsland. Verwant is De Stijl, waarvan Theo van Doesburg in 1921 en 1922 in Weimar buiten de school om lesgaf; het verschil is dat De Stijl één beeldtaal voorschreef en het Bauhaus een methode onderwees.
Bron: Bauhaus-Archiv, Berlijn.


