E IV (Constructie VII) van László Moholy-Nagy is een non-figuratief schilderij uit 1922, waarin kleurstroken, hoeken en cirkelsegmenten gewichtloos boven een zwarte ondergrond zweven. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
E IV (Constructie VII)
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
E IV (Constructie VII) (E IV (Konstruktion VII)), 1922
Schilderij (olieverf op doek) · 101 × 80,5 cm (39,8 × 31,7 in)
Bauhaus
Staatliche Kunsthalle Karlsruhe, Karlsruhe, inv. 2752
Catalogustekst
E IV (Constructie VII) toont kleurstroken, scherpe hoeken en cirkelsegmenten die op een zwarte ondergrond samenkomen, geordend alsof het geheel traag om zijn as draait. László Moholy-Nagy schilderde het werk in 1922 in Berlijn, waar hij sinds 1920 woonde. De constructivisten begrepen het zwart niet als leegte maar als onbegrensde ruimte, en de vormen lijken er los in te hangen. De onregelmatige richtingen van de elementen versterken de indruk van beweging.
De compositie is opgebouwd uit de kleuren die het constructivisme voorschreef: zwart, grijs, rood, blauw en geel. Waar de banen elkaar kruisen, mengt het grijs zich met de zuivere kleur, zodat de vlakken op verschillende diepten lijken te liggen. Moholy-Nagy bracht de olieverf vlak en gelijkmatig aan, zonder zichtbare toets, alsof het beeld machinaal was ontstaan. Daarmee wilde hij abstracte begrippen als ruimte en beweging zichtbaar maken zonder de hand van de schilder te tonen. Het doek meet 101 bij 80,5 centimeter.
Binnen zijn oeuvre hoort E IV (Constructie VII) bij de doeken waarmee Moholy-Nagy het constructivisme omstreeks 1922 het strengst doorvoerde. Hij gaf zijn abstracte werken uit deze jaren systematische titels van letters en Romeinse cijfers in plaats van beschrijvende namen, passend bij de onpersoonlijke, zakelijke houding die hij zocht. De dubbele aanduiding, E IV naast Konstruktion VII, komt rechtstreeks uit die ordening.
Het schilderij bevindt zich in de Staatliche Kunsthalle Karlsruhe en is daar onder inventarisnummer 2752 in de collectie moderne kunst opgenomen. Wie de kleurstelling en de datering wil nalezen, vindt het werk in de collectie van de Staatliche Kunsthalle Karlsruhe. Bij willem. wordt E IV (Constructie VII) als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in ons atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het Bauhaus was de invloedrijke Duitse kunst- en vormgevingsschool die in 1919 in Weimar werd opgericht en later naar Dessau verhuisde. De school verbond kunst, vormgeving en ambacht tot een nieuwe, moderne taal. Heldere vormen, primaire kleuren en een strakke, logische ordening staan er centraal. Schilderkunst, grafiek, architectuur en ontwerp gingen er hand in hand, met de blik gericht op de moderne samenleving.
In deze verzameling staan Wassily Kandinsky, Paul Klee en Laszlo Moholy-Nagy voor het schilderen aan het Bauhaus. Kandinsky ordende kleur en vorm als een soort muziek. Klee bouwde fijne, poetische composities op uit lijn en kleur. Moholy-Nagy onderzocht licht, vlak en beweging. Hun werk zoekt de wet achter de vorm en bepaalde mede het aanzien van de moderne kunst en vormgeving.
Wie het Bauhaus herkent, let op de heldere geometrie, de primaire kleuren en de logische, functionele opbouw. De school bestond maar veertien jaar en werd in 1933 onder druk gesloten, waarna haar leraren en leerlingen zich over de wereld verspreidden. Zo werd het Bauhaus toonaangevend voor de moderne kunst, vormgeving en architectuur ver buiten Duitsland. Verwant is De Stijl, waarvan Theo van Doesburg in 1921 en 1922 in Weimar buiten de school om lesgaf; het verschil is dat De Stijl één beeldtaal voorschreef en het Bauhaus een methode onderwees.
Bron: Bauhaus-Archiv, Berlijn.


