Kleine Welten IV van Wassily Kandinsky is een kleurenlithografie uit 1922, een grafisch blad uit zijn twaalfdelige prentenmap Kleine Welten. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Kleine werelden IV
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Kleine werelden IV (Kleine Welten IV), 1922
Kleurenlithografie (grafiek in oplage) · 26,7 × 25,6 cm (10,5 × 10,1 inch)
Bauhaus
Museum of Modern Art (MoMA), New York, inv. 339.1940
Catalogustekst
Als kleurenlithografie ontstond Kleine Welten IV in 1922, als een van de twaalf bladen uit de gelijknamige prentenmap Kleine Welten. Het is geen geschilderd origineel maar een grafisch blad uit een oplage: een steendruk, in kleur afgedrukt en in meerdere exemplaren verspreid. Kandinsky verdeelde de map over verschillende druktechnieken, met bladen in lithografie, houtsnede en droge naald. Op dit blad drijven kleine geometrische en organische vormen over het papier: cirkels, driehoeken, gebogen lijnen en losse tekens, elk een kleine wereld op zich.
De vormen zijn helder omlijnd en in vlakke kleuren ingevuld, zonder schaduw of diepte. Kandinsky zette de lithografie in om lijn en kleur zo zuiver mogelijk te laten spreken; het steenoppervlak geeft egale, gesloten vlakken die passen bij zijn geometrische taal van die jaren. De tekens lijken zwevend geordend, zonder vast midden, alsof ze in een leegte ronddrijven. Rood, blauw, geel en zwart staan naast elkaar in duidelijk afgebakende velden.
De map ontstond in Kandinsky's eerste jaar aan het Bauhaus, waar hij in 1922 in Weimar begon les te geven. In de begeleidende toelichting rangschikte hij de druktechnieken naar hun aard en noemde hij de lithografie de meest democratische, omdat het aantal afdrukken in principe onbeperkt is. Alle twaalf bladen van de map bevinden zich in de collectie van het Museum of Modern Art in New York. Het werk hoort bij zijn geometrische Bauhaus-periode, waarin hij vorm en kleur tot een strak beeldsysteem terugbracht.
Kleine Welten IV was van meet af aan bedoeld als grafiek in oplage, verspreid over musea en verzamelingen. Bij willem. wordt het als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het Bauhaus was de invloedrijke Duitse kunst- en vormgevingsschool die in 1919 in Weimar werd opgericht en later naar Dessau verhuisde. De school verbond kunst, vormgeving en ambacht tot een nieuwe, moderne taal. Heldere vormen, primaire kleuren en een strakke, logische ordening staan er centraal. Schilderkunst, grafiek, architectuur en ontwerp gingen er hand in hand, met de blik gericht op de moderne samenleving.
In deze verzameling staan Wassily Kandinsky, Paul Klee en Laszlo Moholy-Nagy voor het schilderen aan het Bauhaus. Kandinsky ordende kleur en vorm als een soort muziek. Klee bouwde fijne, poetische composities op uit lijn en kleur. Moholy-Nagy onderzocht licht, vlak en beweging. Hun werk zoekt de wet achter de vorm en bepaalde mede het aanzien van de moderne kunst en vormgeving.
Wie het Bauhaus herkent, let op de heldere geometrie, de primaire kleuren en de logische, functionele opbouw. De school bestond maar veertien jaar en werd in 1933 onder druk gesloten, waarna haar leraren en leerlingen zich over de wereld verspreidden. Zo werd het Bauhaus toonaangevend voor de moderne kunst, vormgeving en architectuur ver buiten Duitsland. Verwant is De Stijl, waarvan Theo van Doesburg in 1921 en 1922 in Weimar buiten de school om lesgaf; het verschil is dat De Stijl één beeldtaal voorschreef en het Bauhaus een methode onderwees.
Bron: Bauhaus-Archiv, Berlijn.



