Twee naakte vrouwen in Kirchners atelier, de een met een zwarte waaier; ook de achterkant van dit doek is beschilderd. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Twee meisjes met badkuip
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Twee meisjes met badkuip (Zwei Mädchen mit Badewanne), 1909–1911, herwerkt 1920
Naakt / figuurstuk · 74 × 100 cm (29,1 × 39,4 in)
Expressionisme
Particulier bezit — laatst geveild bij Christie's, Londen, 7 maart 2024 (lot 52), Onbekend (particulier bezit)
Catalogustekst
Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938) begon dit doek tussen 1909 en 1911 in zijn atelier in Dresden en schilderde er omstreeks 1920 opnieuw overheen. Te zien zijn twee naakte vrouwen in een binnenruimte: de een zit in een ondiepe tobbe, de ander houdt een zwarte waaier vast. Rechts op de grond staat een blauwe waterkan. Rechtsonder kraste Kirchner een letter K in de verf.
De kleuren zijn niet aan de waarneming ontleend. Over de huid liggen roze en groen naast elkaar, en de ruimte eromheen is in even eigenzinnige tinten gezet. De contouren zijn met snelle, hoekige halen getrokken. Het perspectief is ongelijk: de vloer, de tobbe en de kan staan elk in hun eigen richting. Kirchner schilderde naar modellen uit zijn eigen kring, die zich in het atelier vrij bewogen; hun houdingen legde hij in enkele lijnen vast.
Op de achterzijde van hetzelfde doek staat een tweede schilderij, een zittend zwartharig vrouwelijk naakt uit 1910, door Kirchner gesigneerd en gedateerd. Dubbelzijdig beschilderde doeken zijn bij hem geen uitzondering: het Kirchner-archief telt er inmiddels 138, en in 2015 wijdden de Kunsthalle Mannheim en het Kirchner Museum Davos er samen een tentoonstelling aan. Het werk stond lang anders te boek. Will Grohmann nam het in 1958 op als Zwei badende Mädchen im Raum en plaatste het in 1908; de oeuvrecatalogus van Donald E. Gordon uit 1968 corrigeerde dat en gaf het nummer 177.
Twee meisjes met badkuip, olieverf op doek, 74 bij 100 centimeter, bleef na Kirchners dood in zijn nalatenschap in Davos. In 1960 kwam het daaruit in handen van kunsthandelaar Roman Norbert Ketterer, gevestigd in Campione d'Italia. In datzelfde jaar was het te zien in een reizende tentoonstelling over Duits expressionisme, die ook het Gemeentemuseum in Den Haag aandeed. In september 1971 ging het over naar een particuliere verzamelaar; sindsdien is het in particulier bezit en niet openbaar te bezichtigen. Bij willem. wordt het als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het expressionisme stelde het gevoel boven de natuurgetrouwe weergave. Kleur wordt er fel en onnatuurlijk ingezet, de vorm vervormd en de toets nadrukkelijk. Niet de zichtbare werkelijkheid staat centraal, maar de innerlijke ervaring: angst, verlangen, eenzaamheid en onrust worden zichtbaar gemaakt. De stroming kwam rond 1900 op en liep vooruit op een groot deel van de moderne kunst.
In deze verzameling brengt willem. werk van Edvard Munch, Chaim Soutine en James Ensor bijeen. Munch bracht de grote thema's van liefde, angst en dood terug tot een enkel geladen beeld. Soutine kneedde zijn verf tot een wervelende, haast trillende materie. Ensor duwde gemaskerde menigten in felle kleuren tegen het beeldvlak. Elk van hen zette de eigen ervaring om in kleur en lijn, en maakte daarmee de weg vrij voor de kunst van de twintigste eeuw.
Wie het expressionisme herkent, let op de felle, soms schrille kleur, op de vervormde vorm en op de zichtbare, gejaagde toets. De stroming had haar zwaartepunt in Duitsland en Noord-Europa en kende geen strak program, maar een gedeelde drang naar uitdrukking. Haar nadruk op het innerlijk werkte door in de kunst van de hele twintigste eeuw, tot in het latere abstracte expressionisme. Het verschil met het impressionisme zit in de richting van de blik: de impressionist schildert wat het oog ziet, de expressionist wat de ervaring ermee doet.
Bron: Nasjonalmuseet, Oslo.





