Stilleven met rog van Chaïm Soutine uit 1923 toont een dode rog in dik opgezette verf, een expressionistische variant op Chardin. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Stilleven met rog
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Stilleven met rog (Nature morte à la raie), 1923
Stilleven · 80,5 × 64,5 cm (25,4 × 31,7 in)
Expressionisme
Cleveland Museum of Art (Gift of the Hanna Fund), Cleveland (Ohio)
Catalogustekst
Soutine schilderde in gesprek met de oude meesters die hij in het Louvre bestudeerde, en met het stilleven zocht hij een klassiek onderwerp op om het naar zijn hand te zetten. Stilleven met rog ontstond in 1923 in Parijs. Het doek toont een opengesneden rog, opgehangen tussen de bovenhoeken van het beeldvlak, met een opengesperde bek. Daaronder staan een koperen ketel en enkele oranje zakken.
De verf ligt in dikke, geladen lagen op het doek, met een toets die de vormen bijna doet bewegen. Soutine bouwt het beeld op uit tegenstellingen: het bleke, roze en grijze vlees van de rog tegen het diepe rood en het koper eronder. De opengesperde bek geeft het dode dier een bijna menselijke uitdrukking. Het licht valt hard op het opengesneden midden, waar de kleuren van het vlees het felst zijn.
Het onderwerp gaat terug op La Raie van Jean Siméon Chardin in het Louvre, dat Soutine tot een vrije, eigen variant herwerkte. Waar Chardin de rog koel en beheerst weergaf, maakt Soutine er een uitbarsting van kleur en materie van, kenmerkend voor het expressionisme waarin het gevoel de vorm stuurt. Het schilderij kwam in 1951 via het Hanna Fund in de collectie van het Cleveland Museum of Art, waar het is opgenomen onder inventarisnummer 1951.357.
Stilleven met rog behoort tot de reeks stillevens waarmee Soutine zich in het begin van de jaren twintig aan de traditie van het geslachte dier en de dode natuur mat. Het werk hangt in de collectie van het Cleveland Museum of Art. Bij willem. wordt het als kunstdruk in een beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het expressionisme stelde het gevoel boven de natuurgetrouwe weergave. Kleur wordt er fel en onnatuurlijk ingezet, de vorm vervormd en de toets nadrukkelijk. Niet de zichtbare werkelijkheid staat centraal, maar de innerlijke ervaring: angst, verlangen, eenzaamheid en onrust worden zichtbaar gemaakt. De stroming kwam rond 1900 op en liep vooruit op een groot deel van de moderne kunst.
In deze verzameling brengt willem. werk van Edvard Munch, Chaim Soutine en James Ensor bijeen. Munch bracht de grote thema's van liefde, angst en dood terug tot een enkel geladen beeld. Soutine kneedde zijn verf tot een wervelende, haast trillende materie. Ensor duwde gemaskerde menigten in felle kleuren tegen het beeldvlak. Elk van hen zette de eigen ervaring om in kleur en lijn, en maakte daarmee de weg vrij voor de kunst van de twintigste eeuw.
Wie het expressionisme herkent, let op de felle, soms schrille kleur, op de vervormde vorm en op de zichtbare, gejaagde toets. De stroming had haar zwaartepunt in Duitsland en Noord-Europa en kende geen strak program, maar een gedeelde drang naar uitdrukking. Haar nadruk op het innerlijk werkte door in de kunst van de hele twintigste eeuw, tot in het latere abstracte expressionisme. Het verschil met het impressionisme zit in de richting van de blik: de impressionist schildert wat het oog ziet, de expressionist wat de ervaring ermee doet.
Bron: Nasjonalmuseet, Oslo.





