Zelfportret als schilder is het laatste van de vele zelfportretten die Vincent van Gogh tijdens zijn Parijse jaren van zichzelf schilderde. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Zelfportret als schilder
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Zelfportret als schilder, 1887–1888
zelfportret · 65,1 × 50 cm (25,6 × 19,7 in)
Post-Impressionisme
Van Gogh Museum, Amsterdam, inv. s0022V1962
Catalogustekst
Aan het einde van zijn twee jaar in Parijs, in de winter van 1887-1888, schilderde Vincent van Gogh het Zelfportret als schilder. Het doek meet 65,1 bij 50 cm en hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Hij staat achter zijn ezel, met palet en een bundel penselen in de hand en gekleed in een blauwe kiel. Zijn blik is opzij gericht, naar de spiegel waarin hij zichzelf bestudeerde terwijl hij werkte. Het is het laatste zelfportret dat hij maakte voordat hij in februari 1888 naar Arles vertrok.
De toets bestaat uit korte strepen en stippen die het hele doek bedekken. Die manier van werken had hij overgenomen van de Parijse avant-garde, van het pointillisme van Georges Seurat en Paul Signac. Het blauw van de kiel staat tegenover het oranjerood van baard en haar, twee complementaire kleuren die elkaar feller maken. De achtergrond is opgebouwd uit losse toetsen blauw, roze en groen.
In Parijs schilderde Van Gogh zichzelf keer op keer, deels omdat hij geen model kon betalen; in twee jaar ontstonden zo tientallen zelfportretten. Dit werk vatte hij op als bewijs van wat hij in de stad had geleerd. Vanuit Arles beschreef hij de kleuren ervan in een brief aan zijn zus Willemien: een grauw gezicht met groene ogen, asgrauw haar en een rode baard. Het portret hoort tot het Post-Impressionisme, de stroming die voortbouwde op het impressionisme met een vrijer gebruik van kleur en toets.
Het schilderij maakt deel uit van de collectie van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Bij willem. wordt het als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
Het post-impressionisme bouwde in de late negentiende eeuw voort op het impressionisme, maar zocht meer structuur en zeggingskracht. Kleur werd zelfstandig ingezet, los van de natuurlijke tint, de toets nadrukkelijk en de vorm vereenvoudigd. Gevoel en idee wogen weer volop mee. De schilders wilden niet langer alleen het licht van een moment vangen, maar het beeld een eigen, blijvende opbouw geven.
In deze verzameling staan Vincent van Gogh en Paul Gauguin voor die stap. Van Gogh bracht de verf in dikke, wervelende streken aan en liet de kleur het gevoel dragen. Gauguin werkte in grote, vlakke kleurvlakken en zocht een eenvoudiger, symbolische vorm. Hun werk vormde de brug tussen het impressionisme en de moderne kunst en inspireerde de expressionisten en de fauves die na hen kwamen.
Wie het post-impressionisme herkent, let op de zelfstandige, vaak onnatuurlijke kleur, de nadrukkelijke toets en de vereenvoudigde, stevige vorm. De term bundelt kunstenaars die ieder een eigen weg gingen, maar de waarneming achter zich lieten om het beeld op te bouwen. Hun vondsten vormden het vertrekpunt voor vrijwel alle stromingen van de vroege twintigste eeuw. Het verschil met het impressionisme is de rol van de waarneming: die blijft het vertrekpunt, maar is niet langer het doel.
Bron: Van Gogh Museum, Amsterdam.


