Belsazars feestmaal van John Martin is de kleinere, eigenhandige versie van het onderwerp dat de schilder in 1821 in Londen beroemd maakte. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Belsazars feestmaal
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Belsazars feestmaal (Belshazzar's Feast), 1820 (tentoongesteld 1821)
Schilderij (olieverf op doek) · 80 × 120,7 cm (31 1/2 × 47 1/2 in)
Romantiek
Yale Center for British Art (Paul Mellon Collection) — kleinere eigenhandige versie, New Haven (Connecticut), inv. B1981.25.440
Catalogustekst
Belsazars feestmaal toont het bijbelse moment uit Daniël 5, waarop tijdens een banket van koning Belsazar een brandend schrift op de muur van de Babylonische zaal verschijnt. De koning laat de gouden vaten aanrukken die uit de tempel in Jeruzalem zijn geroofd, en op datzelfde ogenblik verschijnen de woorden die de profeet Daniël komt duiden. Martin schilderde het onderwerp omstreeks 1820; de grote uitvoering werd in februari 1821 in de British Institution in Londen getoond.
Martin bouwt de zaal op als een eindeloze architectuur: rijen zuilen lopen naar een verre horizon, met op de achtergrond een torenhoge ziggoerat. Tussen die bouwmassa's beweegt een grote menigte, klein gehouden tegenover de ruimte. Het licht doet het werk: de koude gloed van het schrift aan de muur staat tegenover de warme fakkels van het feest, terwijl de menigte in schrik uiteenwijkt. Martin was geschoold in de mezzotint en dacht in scherpe overgangen van donker naar licht; die theatrale contrasten bracht hij over naar het doek, olieverf op doek, 80 bij 120,7 centimeter.
Binnen het oeuvre van Martin staat dit doek aan het begin van de reeks bijbelse en apocalyptische taferelen waarmee hij bekend werd. Het onderwerp hoort in de Romantiek, die het verhevene en het overweldigende zocht in natuur en geschiedenis. Deze uitvoering is de kleinere, eigenhandige versie van het onderwerp; de grote versie trok in 1821 zulke drommen bezoekers in de British Institution dat er een reling omheen werd geplaatst om het doek tegen het publiek te beschermen.
Het schilderij maakt deel uit van de Paul Mellon Collection en is te zien in de collectie van het Yale Center for British Art in New Haven. Bij willem. wordt Belsazars feestmaal als kunstdruk in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De romantiek zocht in de eerste helft van de negentiende eeuw het verhevene, de natuur en het gevoel. Weidse landschappen, dreigende storm en vervallen ruine roepen ontzag en weemoed op. De mens is er klein en alleen tegenover de oneindige natuur, die de schilders opvatten als een spiegel van de ziel. Tegenover de nuchtere rede stelde de stroming de verbeelding en de ervaring.
In deze verzameling staan Caspar David Friedrich, Thomas Cole en John Martin voor die houding. Friedrich schilderde stille figuren voor eindeloze luchten en zeeen. Cole bouwde weidse Amerikaanse landschappen op tot beelden van opkomst en verval. Martin gaf ramp en apocalyps een groots, theatraal decor. Hun licht en ruimte dragen een stille, bijna religieuze spanning die de latere landschapskunst diep heeft beinvloed.
Wie de romantiek herkent, let op de weidse ruimte, het dramatische licht en de kleine mens tegenover een overweldigende natuur. De stroming was een reactie op de nuchtere rede van de Verlichting en stelde daar gevoel en verbeelding tegenover. Haar opvatting van het landschap als drager van stemming en betekenis bleef de kunst van de negentiende en twintigste eeuw beinvloeden. Het realisme dat erop volgde, keerde de blik om: van het verhevene naar het gewone, van de storm naar de akker.
Bron: Hamburger Kunsthalle.





