In De verwoesting van Tyrus laat John Martin de oude Fenicische havenstad vergaan onder een noodweer en kolkende zee, naar een bijbelse profetie. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De verwoesting van Tyrus
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De verwoesting van Tyrus (The Prophesied Destruction of Tyre), 1840
Historiestuk · 83,8 × 109,5 cm (33,0 × 43,1 in)
Romantiek
Toledo Museum of Art, Toledo (Ohio), inv. 1952.88
Catalogustekst
Aan een brede, verzonnen baai gaat de oude Fenicische havenstad Tyrus ten onder in een noodweer. John Martin, Engels schilder die leefde van 1789 tot 1854, voltooide dit weidse landschap in 1840. Op de voorgrond slaan hoge golven over de kades en de trappen naar het water. Daarachter rijzen tempels, zuilengangen en paleizen op tot aan de horizon, waar de zee en de opengescheurde hemel in elkaar overgaan. Tussen de monumentale bouwwerken zijn de inwoners niet meer dan kleine, vluchtende figuren.
De compositie zet de reusachtige architectuur af tegen de nietige mens. Martin ordent de stad langs strakke lijnen die naar de diepte wijken, en drijft de schaal van golven en wolken bewust op tot boven elke menselijke maat. Het licht komt van één felle bliksemschicht en van de laatste gloed aan de kim; de rest van het doek houdt hij in donkere bruinen en grijzen. Het origineel is olieverf op doek en meet 83,8 bij 109,5 centimeter, een klein formaat voor een tafereel dat een hele stad omvat.
Binnen de romantiek koos Martin voor het sublieme: natuurgeweld en goddelijk oordeel op een schaal die de kijker overweldigt. De verwoesting van Tyrus volgt de profetie uit het bijbelboek Ezechiël, waarin de welvarende handelsstad haar ondergang tegemoet gaat. Het doek kwam in 1952 in de collectie van het Toledo Museum of Art in Ohio, aangekocht met middelen uit het legaat van Edward Drummond Libbey.
In Ohio draagt het werk het inventarisnummer 1952.88. Bij willem. wordt De verwoesting van Tyrus als kunstdruk in een beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De romantiek zocht in de eerste helft van de negentiende eeuw het verhevene, de natuur en het gevoel. Weidse landschappen, dreigende storm en vervallen ruine roepen ontzag en weemoed op. De mens is er klein en alleen tegenover de oneindige natuur, die de schilders opvatten als een spiegel van de ziel. Tegenover de nuchtere rede stelde de stroming de verbeelding en de ervaring.
In deze verzameling staan Caspar David Friedrich, Thomas Cole en John Martin voor die houding. Friedrich schilderde stille figuren voor eindeloze luchten en zeeen. Cole bouwde weidse Amerikaanse landschappen op tot beelden van opkomst en verval. Martin gaf ramp en apocalyps een groots, theatraal decor. Hun licht en ruimte dragen een stille, bijna religieuze spanning die de latere landschapskunst diep heeft beinvloed.
Wie de romantiek herkent, let op de weidse ruimte, het dramatische licht en de kleine mens tegenover een overweldigende natuur. De stroming was een reactie op de nuchtere rede van de Verlichting en stelde daar gevoel en verbeelding tegenover. Haar opvatting van het landschap als drager van stemming en betekenis bleef de kunst van de negentiende en twintigste eeuw beinvloeden. Het realisme dat erop volgde, keerde de blik om: van het verhevene naar het gewone, van de storm naar de akker.
Bron: Hamburger Kunsthalle.





