Collectie /Stromingen /Modernisme
±1905–1930

Modernisme

Het modernisme brak rond 1900 met de academische traditie en zocht telkens nieuwe vormen. Van het expressionisme tot de abstractie stelden schilders het eigen inzicht boven de regel. Bij willem. verzamelt deze koepel de stromingen die de moderne kunst maakten.
81 Werken
3 Stromingen
11 Kunstenaars
Modernisme

De kunstenaars binnen deze koepel

De meesters uit deze koepel, met de werken die in de collectie van willem. zijn opgenomen.

Over deze koepel

Tussen 1905 en 1930 breken verschillende richtingen in de Europese schilderkunst met de academische opbouw van de ruimte. Het uitgangspunt dat een schilderij een samenhangend venster op de wereld moet zijn, wordt losgelaten. Wat de richtingen onder deze koepel delen, is die afwijzing; waarin zij verschillen, is het antwoord dat zij ervoor in de plaats stellen. Deze ingang brengt het expressionisme, het kubisme met het kubo-futurisme en het primitivisme onder een gezamenlijke noemer samen, en stelt juist hun onderlinge verschil centraal.

De scheidslijn loopt tussen een subjectieve en een analytische reactie op diezelfde breuk. Aan de ene kant staat Edvard Munch, die de vorm en de kleur vervormt naar de eigen ervaring en het beeld tot drager van een innerlijke toestand maakt. Aan de andere kant staat Juan Gris, die het voorwerp uiteenlegt in facetten en het vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk toont. De eerste weg vertrekt vanuit het gevoel, de tweede vanuit de geduldige ontleding van de zichtbare vorm.

Op het doek levert dat verschil twee tegengestelde beelden op. In Het geslachte rund, 1925, kneedt Chaim Soutine de verf tot een wervelende, haast trillende massa waarin het onderwerp bijna in de materie opgaat. In Portret van Pablo Picasso, 1912, brengt Gris het model juist onder in een helder rooster van vlakken en lijnen, waarin elk deel zijn plaats in het geheel krijgt toegewezen. Het eerste beeld ontstaat onder druk van het gevoel, het tweede onder die van de nuchtere analyse.

Na deze periode trekt de analytische lijn zich door tot haar uiterste. De kubistische ontleding van het voorwerp in vlakken maakt de stap naar een schilderij zonder voorwerp mogelijk. Kasimir Malevitsj, die uit het kubo-futurisme voortkomt en ook in deze koepel aanwezig is, toont in 1915 werk waarin de voorstelling geheel is verdwenen. Die uitkomst valt buiten het bereik van deze ingang en wordt voortgezet in de koepel abstracte kunst, waar Malevitsj om die reden opnieuw voorkomt. Daarmee reikt deze koepel tot aan de drempel van de volledige abstractie die erop volgt.

Bron: Stedelijk Museum, Amsterdam.

Het expressionisme, 1905 tot 1930, neemt binnen deze koepel de subjectieve pool in. Het staat voor het antwoord dat de breuk met de academische ruimte beantwoordt vanuit de innerlijke ervaring, en vormt daarmee de tegenhanger van de analytische richtingen onder dezelfde overkoepelende noemer. Binnen de drie is dit de weg die het verst van de ontleding af staat. Bekijk de stroming.

Het kubisme met het kubo-futurisme, 1907 tot 1920, vormt in deze koepel de analytische pool. Het staat voor de ontleding van de vorm die het scharnier legt tussen de herkenbare wereld en wat na de koepel komt. Binnen de drie richtingen wijst deze het verst vooruit naar de latere volledige abstractie. Bekijk de stroming.

Het primitivisme, 1890 tot 1920, staat in deze koepel buiten de tegenstelling van gevoel en ontleding. Het deelt met de andere twee de afwijzing van de academische regels, maar bereikt die langs een geheel eigen, ongeschoolde weg. Zo vormt het binnen de koepel de derde, zelfstandige positie naast de beide andere. Bekijk de stroming.

Elk werk uit deze drie richtingen is bij willem. te verwerven als kunstreproductie in beperkte oplage.