Rembrandts tweede anatomische les toont chirurgijn Jan Deyman terwijl hij de hersenen van een terechtgestelde ontleedt; alleen dit fragment overleefde de brand van 1723. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De anatomische les van Dr. Jan Deyman
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De anatomische les van Dr. Jan Deyman, 1656
Groepsportret · 100 × 134 cm (39,4 × 52,8 in)
Barok
Amsterdam Museum, Amsterdam, inv. SA 7394
Catalogustekst
De anatomische les van Dr. Jan Deyman toont een ontleding: een lichaam ligt met de voeten naar de kijker gekeerd, terwijl chirurgijn Jan Deyman de opengelegde hersenen onderzoekt. Rembrandt schilderde het werk in 1656 voor het chirurgijnsgilde van Amsterdam, dat eenmaal per jaar een openbare les mocht houden. Het bewaarde fragment meet 100 bij 134 cm en hangt in het Amsterdam Museum. Het gilde kreeg voor de les het lichaam van een terechtgestelde ter beschikking; hier is dat Joris Fonteijn, kort tevoren opgehangen. Een assistent houdt de schedelkap in de handen.
De compositie is opgebouwd rond een sterke verkorting. Het lichaam ligt frontaal naar de kijker, de voetzolen op de voorgrond, het hoofd naar achteren gekanteld, zodat de blik recht in de geopende romp en schedel wordt gevoerd. Rembrandt ontleende die houding aan de gestorven Christus in de Italiaanse renaissanceschilderkunst. Het licht valt vlak en koel over de huid, de toets is breed, de kleuren blijven gedempt bruin en grijs.
Wat nu resteert is een fragment. Het oorspronkelijke doek was veel groter, ongeveer tweeënhalve meter breed, en toonde acht chirurgijns rond de tafel; in 1723 ging het grotendeels verloren bij een brand boven de Waag op de Nieuwmarkt. Alleen het middendeel bleef gespaard, met Deyman en de assistent aan het hoofdeinde. Van de volledige opzet getuigt nog een voorstudie in pen van Rembrandts hand. Het overgebleven stuk meet 100 bij 134 centimeter en behoort tot de collectie van het Amsterdam Museum.
Binnen Rembrandts oeuvre is dit zijn tweede anatomische les, ruim twintig jaar na die van Dr. Nicolaes Tulp. Het fragment hing van 1885 tot 1993 in bruikleen in het Rijksmuseum en keerde daarna terug naar het Amsterdam Museum. Bij willem. wordt het als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.




