De zeven werken van barmhartigheid van Caravaggio bundelt zeven daden van naastenliefde in één doek, geschilderd in Napels omstreeks 1607. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
De zeven werken van barmhartigheid
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
De zeven werken van barmhartigheid (Sette opere di Misericordia), 1606–1607
Religieus tafereel · 390 × 260 cm (153,5 × 102,4 in)
Barok
Pio Monte della Misericordia (kerk, hoofdaltaar), Napels
Catalogustekst
Op een donkere straathoek in Napels voltrekken zich zeven daden van barmhartigheid tegelijk. Caravaggio schilderde het altaarstuk in 1606 en 1607, kort nadat hij uit Rome naar Napels was gevlucht; het meet 390 bij 260 centimeter en hangt sinds 1607 boven het hoofdaltaar van de kerk van het Pio Monte della Misericordia in Napels. Rechts geeft een jonge vrouw haar borst aan een oude gevangene achter tralies, waarmee Caravaggio twee werken van barmhartigheid in één figuur samenbrengt. Links snijdt Sint Maarten zijn mantel doormidden voor een naakte bedelaar; daarnaast leidt een waard een pelgrim binnen en drinkt Simson uit de kaak van een ezel. Op de achtergrond dragen twee mannen een dode weg, van wie alleen de voeten in het licht komen.
Boven het straatgewoel dragen twee engelen Maria met het kind het beeld in, schuin en voorovergebogen naar beneden. Het licht valt van linksboven en snijdt de gestalten uit een zwarte achtergrond, de tenebristische aanpak die Caravaggio in Rome had ontwikkeld en in Napels verder aanscherpte. De verf ligt dun en direct op het doek, met harde overgangen tussen licht en diepe schaduw. Het formaat dwingt de figuren tot een dichte, staande opeenhoping die de blik omhoog naar de hemelfiguren voert.
De opdracht kwam van het Pio Monte della Misericordia, een liefdadigheidsinstelling die zeven jonge Napolitaanse edellieden in 1602 hadden opgericht. Aanvankelijk zouden zeven afzonderlijke taferelen worden besteld, één per werk, maar Caravaggio bracht ze samen in één compositie. Hij ontving er vierhonderd dukaten voor. Het doek ontstond aan het begin van zijn Napolitaanse jaren, de periode na zijn vlucht uit Rome, waarin de achtergronden dieper verduisteren en de toets ruwer wordt. In dezelfde stad schilderde hij kort daarna de Madonna van de rozenkrans en De geseling van Christus.
Het altaarstuk hangt sinds 1607 boven het hoofdaltaar en is sindsdien nooit verplaatst. De instelling is nog altijd actief en stelt kerk en collectie tegen betaling open voor bezoek; zie de pagina van het Pio Monte della Misericordia. Bij willem. wordt De zeven werken van barmhartigheid als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.





