Ecce Homo behoort tot de meest besproken doeken die aan Caravaggio zijn toegeschreven, lange tijd erkend als eigenhandig en later weer betwist. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Ecce Homo
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Ecce Homo, ca. 1605
Religieus tafereel · 128 × 103 cm (50,4 × 40,6 in)
Barok
Musei di Strada Nuova, Palazzo Bianco, Genua, inv. PB 1638
Catalogustekst
In opdracht van kardinaal Massimo Massimi ontstond deze Ecce Homo omstreeks 1605, toen drie schilders, Caravaggio, Lodovico Cigoli en Domenico Passignano, elk een eigen versie van hetzelfde onderwerp maakten. De bedoeling was drie handen aan hetzelfde thema naast elkaar te kunnen zien. Het doek is in olieverf uitgevoerd en meet 128 bij 103 centimeter. Over de datering bestaat geen zekerheid: naast omstreeks 1605 is ook omstreeks 1609 voorgesteld.
Pilatus toont de gegeselde Christus aan het volk, op het bordes van het pretorium. Christus draagt de doornenkroon, de handen samengebonden, het hoofd gebogen en de ogen gesloten. Naast hem trekt een beul de rode mantel van zijn schouder, terwijl Pilatus met een gebaar naar de menigte wijst. Het licht valt scherp van links en licht de drie figuren uit tegen een donkere, vrijwel lege achtergrond.
Het schilderij dook in 1921 op in de inventarissen van Palazzo Bianco, waar het als een kopie van geringe kwaliteit gold en aan Lionello Spada werd toegeschreven. Caterina Marcenaro, destijds hoofd van de dienst voor schone kunsten van de stad, herkende er de hand van Caravaggio in; na een restauratie door Pico Cellini in 1953 en 1954 werd het als eigenhandig werk gepubliceerd. Sindsdien maakt het deel uit van de collectie van Palazzo Bianco (Musei di Strada Nuova) in Genua, onder inventarisnummer PB 1638.
De toeschrijving aan Caravaggio staat sinds 2021 opnieuw ter discussie, toen in Madrid een andere Ecce Homo van 86 bij 111 centimeter opdook. Dat doek werd in 2024 in het Prado getoond en geldt bij veel kenners nu als de eigenhandige versie, waardoor een deel van de kennerschap de Genuese versie in twijfel trekt. Bij willem. wordt dit werk als kunstreproductie in beperkte oplage uitgevoerd, op aanvraag gedrukt in het eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.





