Een van de vroegste zelfportretten van Rembrandt, omstreeks 1628 in Leiden geschilderd, toen de jonge schilder volop met licht en schaduw experimenteerde. Deze kunstreproductie wordt op aanvraag in ons atelier gedrukt in een oplage van honderd genummerde exemplaren en ingelijst aan huis bezorgd.
Zelfportret op jeugdige leeftijd
Techniek, papier en lijst
Pigmentdruk op Hahnemühle Museum Etching, 350 g/m²: mat, zuurvrij, met een zichtbare vezelstructuur die de verfhuid van het origineel benadert. De lijst is een slanke, matzwarte aluminium profiellijst, in Nederland gemaakt. Geen glas: je kijkt naar het papier, niet naar je eigen spiegelbeeld.
Bezorging
Geen pakketje. Elk werk verlaat het atelier ingelijst, in een op maat gemaakte doos, en reist als vracht: niet gesorteerd, niet gestapeld, niet gegooid. Wij bezorgen aan huis, zodat het werk aankomt zoals het bij ons vertrok.
Waarom willem.
Eén papier, één lijst, één maatvoering die klopt. Wij kiezen vooraf, zodat je alleen nog het werk hoeft te kiezen. Geen eindeloze combinaties, geen twijfel: een verzameling oude meesters, gedrukt zoals ze het verdienen.
Zelfportret op jeugdige leeftijd, ca. 1628
Zelfportret · 22,6 × 18,7 cm (8,9 × 7,4 in)
Barok
Rijksmuseum, Amsterdam, inv. SK-A-4691
Catalogustekst
Rembrandt schilderde Zelfportret op jeugdige leeftijd omstreeks 1628 in Leiden, waar hij als jonge schilder nog dicht bij het ouderlijk huis werkte. Het paneel meet 22,6 bij 18,7 cm en hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam; het hoort tot de kleinste werken die Rembrandt ooit maakte. Het toont hem als borststuk, het hoofd naar rechts gewend en het gezicht grotendeels in schaduw. Boven dat donker staat een bos kroezend haar dat tegen het licht oplicht. Alleen de wang, de kraag en een streep van de hals vangen wat helderheid.
De uitvoering draait om het haar en het licht. Rembrandt kraste met de steel van het penseel door de nog natte verf, zodat de krullen als lichte lijnen tegen de donkere achtergrond komen te staan. Het gezicht liet hij bewust wegvallen in de schaduw; de neus werpt een brede vlek over de wang, en de ogen liggen vrijwel geheel in het donker. Voor een portret was dat ongewoon, want een schilder toonde doorgaans juist de trekken van het gezicht. Rembrandt gebruikte het licht hier niet om te tonen wie hij was, maar om te onderzoeken wat licht en donker met een kop doen. Hij werkte met een smal palet van bruin, grijs en oker.
In deze Leidse jaren beproefde Rembrandt het licht op klein formaat, jaren voordat hij in Amsterdam de grote opdrachten kreeg. Het zelfportret hoort tot een reeks vroege koppen waarin hij zijn eigen gezicht als proefmodel gebruikte. De losse, onderzoekende toets en het scherpe clair-obscur wijzen vooruit naar de barok die zijn latere werk zou dragen. Het paneel kwam in 1960 als bruikleen naar Amsterdam, van de kunsthandelaar Daan Cevat, en werd in 1977 aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt.
Vandaag hangt het werk in het Rijksmuseum in Amsterdam, onder inventarisnummer SK-A-4691. Wie er dicht op staat, ziet de krassporen van de penseelsteel nog in de verf liggen. Bij willem. is dit zelfportret te verwerven als kunstdruk in een oplage van honderd genummerde exemplaren, op aanvraag gedrukt in ons eigen atelier in Nederland en binnen drie weken ingelijst aan huis bezorgd.
Over de stroming
De barok kwam op rond 1600 en beheerste de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars zochten beweging, drama en een sterk contrast tussen licht en donker. Figuren komen uit een diep donker naar voren, gevangen op het hoogtepunt van hun handeling. Caravaggio bracht dat felle spotlicht in de schilderkunst; anderen namen het over en bouwden het uit tot grote, theatrale composities. Onderwerpen als religie, mythologie en het portret kregen zo een directe, lichamelijke kracht.
Binnen deze verzameling staan meesters die elk hun eigen omgang met het licht vonden. Rembrandt liet de blik en het innerlijk oplichten uit de schaduw; Rubens gaf zijn taferelen een volle, bewegelijke opbouw. De barok verbond een nauwkeurige weergave van stof en huid met een groot gevoel voor spanning en gebaar. Die combinatie van kijken en verbeelden bepaalde de schilderkunst tot ver in de achttiende eeuw en werkt nog altijd door.
Wie de barok herkent, let op het spel van fel licht en diepe schaduw, op de schuine opbouw en op het gevangen moment van hoogste spanning. Vanuit Italie verspreidde de stijl zich over heel Europa, van Spanje tot de Nederlanden, en kreeg in elke school een eigen toon. In deze reeks komen die verschillende handen bij elkaar, telkens herkenbaar aan hetzelfde gevoel voor drama en licht. Verwant in het gebruik van licht en drama is de romantiek, twee eeuwen later; het verschil is dat de barok de handeling toont en de romantiek de stemming.
Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.




